Duurzaam ondernemen en retro-actieve kritiek
Men promoot "duurzaam ondernemen" (dus energiezuinig, grondstofarm, sociaal, kwaliteitsvol) als iets uniek en nieuw. Dat verstevigt bij de publieke opinie het idee dat de industrie synoniem was (en is) met "vervuiler" (die moet betalen, weet u nog). Toch is de aandacht om bewust zuinig om te springen met middelen, de kern van duurzaamheid, iets van alle tijden. Ik ga dat illustreren met twee, waarschijnlijk contestatieoproepende voorbeelden. Kunststof tuinmeubelen zijn er gekomen omdat ze langer mee gingen dan houten én tevens voor iedereen betaalbaar waren. Een prijs die laag was omdat op dat ogenblik olie meer beschikbaar was dan exotische houtsoorten, er minder energie ging naar transport van deze grondstof en van de producten... Met andere woorden ze voldeden aan de norm "duurzamer".
Neem nu de cementplaten met asbestversterking. Fabrikanten leverden hiermee een succesvol bouwmateriaal met lange levensduur: ze gingen minder snel stuk... en bespaarden op hun ganse levensloop heel wat grondstof (voor de vervangplaten) en energie (transport, plaatsen, afvoer afbraak...). Dus volgens ons huidig aanvoelen gaat het hier ook om duurzame producten.
"Maar asbest is ongezond en olie schaars, dus hoe durf je ze duurzaam noemen?" Wist men bij de lancering van de productie dat asbest schadelijk was voor de mens, dat olie een probleem zou worden? Neen? Wat voor zin heeft het vandaag verwijten te sturen naar bedrijven die vroeger in eer en geweten duurzaam produceerden? (...) Vandaag kankeren over vuile producenten die asbest in cementplaten staken... omdat er nu nog steeds asbestplaten zijn die het overleefd hebben? Deze producenten aanvallen en verwijten dat zij geen duurzaam beleid hebben gevoerd? Dat is deontologisch "adders op laag water" zoeken of... een praktijk van onwetenden die uit principe de industrie alle zonden van Israël over het hoofd willen kappen.
Trouwens, misschien moeten we later onze groenen en regeringen op de brandstapel zetten voor hun huidig volgens de geldige normen (en kennis van de techniek) "duurzaam" beleid?
Alfons Calders in het voorwoord van Industrie Technisch Management, juni 2008



Reacties
Karl
zaterdag, 18 juli, 2009 - 20:29In de eerste alinea gaat de auteur toch wel voorbij aan externaliteiten in de economie, iets waar in het begin geen aandacht werd aan geschonken, maar een inzicht welk toch al een halve eeuw bekend is.
Bedrijven produceren met zo weinig mogelijk produktiefactoren, vercijferd in zo weinig mogelijk kosten. Dat is niet per sé gelijk aan 'duurzamer'. Dat er externe schade (kosten) ontstaat, dat zullen veel van die bedrijven van hun nek proberen te schuiven. De vraag is hoe ethische Fons daarover causeert.
Daarnaast werd bij een aantal vervuilende activiteiten of schadelijke produkten al vrij vlug duidelijk dat er een meerkost was, in de vorm van sanering in de toekomst (welk bij voorkeur op de gemeenschap zou worden afgeschoven), of gezondheidsproblemen bij omwonenden of gebruikers van het produkt. Het hing er dan vanaf hoe machtig het bedrijf was of hoeveel steun het vanuit politieke hoek kreeg om het ontluikende protest de keel te snoeren.
Met andere woorden: een zeer zwak citaat, welk probeert de fouten van de betrokken bedrijven te vergoelijken, maar daar niet in slaagt en enkel probeert de groene beweging te diskrediteren. Dat laatste is soms gerechtvaardigd, maar dan aub wel met de juiste argumenten, Fons.
Over die plastieken stoelen heb ik toch ook wat tegen in te brengen: plastieken stoelen worden gemaakt van niet hernieuwbare aardolie en stikken van de chemicalieëen die schadelijk zijn, o.m. weekmakers. Als je daar houten tuinmeubilair naast zet, dan wordt dat gemaakt van een hernieuwbare grondstof, die met heel weinig energieverbruik wordt getransformeerd (de houtverwerkende industrie is 1 van de meest energiezuinige industrieën die bovendien in veel gevallen een groot stuk van zijn energie zelf produceert) en waar de kostprijs van het machinepark toegankelijk blijft voor veel ondernemers, ook in het land waar de bomen groeien, zodat het transportvolume kan beperkt worden. Fons moet dus zijn paardebril afzetten!
Duurzaam... als in de huidige elektrische toestellen die niet lang blijven meegaan, meubels die na 5 jaar uit mekaar vallen, computers die na 5 jaar hopeloos verouderd zijn omwille van verplichte software updates en leasingwagens... is het dat wat Fons bedoelt? Want ik vrees dat we nog nooit zo on-duurzaam geconsumeerd hebben als vandaag.
Ruimingswerken
zaterdag, 18 juli, 2009 - 21:30'Want ik vrees dat we ...'
Daar hebben we de kern van de groene beweging: ze is emotioneel, irrationeel. Er hoeft niets bewezen te worden, het volstaat iets te voelen, en meteen heb je het gelijk aan je zij. Het is eigenlijk een religie: 'de natuur is goed'. Dat de natuur net zoals Kali ook vreselijk is, dat vegen we onder het tapijt.
johan vandepopuliere
zaterdag, 18 juli, 2009 - 23:05Het is iets te gemakkelijk om de groene ideologie af te doen als emotioneel en irrationeel. Ik geef grif toe dat haar leiders in Vlaanderen die kritiek weinig in de weg leggen, met hun weinig onderbouwde kritiek op genetische manipulatie en kernenergie. Er is een groot segment binnen de groene beweging dat conservatief, zelfs reactionair is, voor behoud van oude gebruiken en tegen elke technologische vooruitgang. Die aversie vind ik wel begrijpelijk, voor wie "het zien van onze steden pijn doet aan de ogen" en het ademen van onze lucht een associatie oproept met de nieuwe ziektes. Ik deel ze echter niet, en pleit voor ecologisch denken met maximale benutting van technologische middelen. Ik voel geen behoefte mijn warme douche terug te ruilen voor een koude tobbe en zie geen graten in gemanipuleerde vis (u mag zich nu vrijelijk kletsen op de billen). We mogen best trots zijn op onze technologische prestaties, en het welzijn dat we ermee hebben bereikt.
Toch kan het ecologisch denken zinvol zijn, in de mate dat het een tegengewicht biedt aan winstbejag dat voorbijgaat aan de mogelijke schade aan de leefomgeving, of de mogelijkheden van toekomstige generaties in het gedrang brengt. Ik zou niet weten hoe een bedrijf uit eigen beweging waterzuivering bekostigt, indien het vervuilde water geen rechtstreekse schade aan het bedrijf toebrengt. Je hebt een gemeenschap nodig die zegt, jamaar zo niet, bijvoorbeeld onder druk van de vissers verderop die geen vis meer vangen, of van mensen die niet graag schuim op het wateroppervlak zien (wat niet altijd, noch het enige teken van vervuiling is).
Net zoals het socialisme kan dienen om gelijke kansen te vrijwaren voor mensen die niet in de schoot van een kapitaalkrachtig gezin geboren zijn, kan ecologie dienen om het plezier van schone lucht, proper water, gezond voedsel, vrije ruimte en nachtrust te maximaliseren en te beschermen tegen wie snel gewin wenst te maken ten koste van die geneugten. Het lijkt me naïef dat elke ondernemer spontaan dergelijk algemeen belang op de lange termijn in overweging neemt. Dat maakt van de groenen regelneven, inderdaad, en zowel socialisten als ecologisten moeten opletten dat ze de individuele vrijheid niet te zeer beknotten, en in het bijzonder de lust tot ondernemen niet volledig benemen.
We moeten bovendien ook niet té zeer inzitten met toekomstige generaties: we mogen hun oplossend vermogen niet onderschatten, en zijn wij zo boos op onze voorouders voor het leven dat we nu leiden?
Cogito
zaterdag, 18 juli, 2009 - 23:52Mag ik de brandstapel aansteken?
mrtos
zondag, 19 juli, 2009 - 01:18Wel ja Johan, ecologische problemen zijn bijna per definitie een 'tragedy of the commons', en dus behoeven ze regulering. Als dat de groene ideologie is, is de groene ideologie niet erg bijzonder. Wat de groene beweging typeert, is eerder de laagdrempeligheid om iets een ecologisch probleem te noemen. En daarin is emotie inderdaad vaak een bepalende factor.
ivan janssens
zondag, 19 juli, 2009 - 11:38Het punt van Alfons Calders is denk ik dat nieuwe technologieën vaak beter voor het milieu zijn. Voorbeelden genoeg: het gebruik van olie verminderde de houtkap, vele bossen zijn erdoor gered. Het gebruik van de wagen ter vervanging van het paard zorgde in vele steden voor een VERBETERING van de luchtkwaliteit. Enzovoorts. Het punt dat Karl aanhaalt is iets anders. Externaliteiten hebben niets te maken met de overgang van bestaande naar nieuwe technologiën of producten maar wel met het feit dat sommige technologieën te goedkoop zijn en daardoor te veel gebruikt worden. Dat laatste kan een corrigering van het prijsmechanisme inhouden, maar zeker niet het afwijzen van technologische doorbraken zoals de auto. Zolang de ecologische beweging zich concentreert op het eerste, is er zeker een debat mogelijk; maar ik vrees dat een groot deel ervan nog steeds de laatste visie aanhangt.
Karl
zondag, 19 juli, 2009 - 15:11@Ivan Janssens: technologie evolueert inderdaad. Momenteel groeit het besef dat men beter aan bosexploitatie kan doen, welke een hernieuwbare grondstof is, dan aan ontginning van olievelden. Het voorbeeld van de plastic vs. houten ramen is typisch. Ook het gebruik van biomassa ipv aardoliederivaten is een technologische ontwikkeling. Ze is nog verre van volwassen op kleine schaal, maar ze bestaat enerzijds al op grote schaal (heel veel houtverwerkende bedrijven verbranden al vele decennia hun afval voor verwarming en voor de warmte die ze nodig hebben voor het kunstmatig drogen van hout. Nu komt daar WKK bij. Dergelijke projecten zijn ook zonder subsidies op middellange termijn rendabel. Samen met schaalverkleining komen deze technologieën ook binnen het bereik van kleinere ondernemingen, al zijn ze soms nog niet helemaal uitgerijpt.
Trouwens, wist je dat de Fransen al van in de tijd van de fameuze Louis XIV aan aktief bosbeheer en ontginning doen? De beschuldigende vinger uitsteken naar de houtverwerkende nijverheid is in heel wat gevallen onterecht stigmatiserend. Houtverwerking is 1 van de minst milieustorende activiteiten.
Oost Europa en Rusland, daar is het slechter gesteld (communisme iemand?), maar dat komt ook wel goed, op 100 jaar groeien de bossen weer flink aan en die tijdspanne is niks voor een bos. Idem met het tropisch regenwoud; (soja)boeren richten veel meer schade aan (verbranden van bos) dan de houtkap. Bovendien is een groot woud in grote mate zelfregenererend.
Allemaal dingen die een olieveld niet zijn...
Veel van de keuzes worden natuurlijk genomen ifv machtsverhoudingen, gewoontes, bestaande kennis. Zelf woon ik in een baksteenland, in een houtskeletbouw. Nooit van mijn leven ga je mij nog een stenen huis zien bouwen. In mijn huis zitten 1 oplegger hout, hernieuwbare & makkelijk/breed recycleerbare gronstof, 1 oplegger vezelplaten, reeds gerecycleerde grondstof, opnieuw recycleerbaar, 2 opleggers rotswol, recycleerbaar (als je het echt goed wil doen gebruik je cellulosevlokken, ook gerecycleerd en een betere waarde voor warmtedoorslag). Er zit maar half zoveel beton en ijzer in mijn vloerplaat als van mijn bakstenen gebuurs, mijn huis heeft 2 bouwlagen, is 240 m2 en is 9 m hoog. Het kraakt niet, staat stevig en is energetisch zeer performant (we krijgen het krak winter perfekt warm met een 7 kW lucht lucht warmtepomp). We hebben het gebouwd met 3 (timmer)mannen op een maand tijd (ruwbouw).
Ik heb de beslissingen voor mijn huis vooral laten afhangen van hoeveel het mij op 20 jaar zou gaan kosten; primair financieel dus, secondair ecologisch. Ik heb ergens 1000 ¤ subsidies gekregen en 2500 belastingaftrek voor mijn ramen, het huis moet dus zichzelf terugverdienen. Ik heb geen PV maar overweeg wel een zonneboiler.
Daar tegenover staat een metsersgilde en de rest van de traditionele bouwsector die niet alleen veel meer tijd nodig heeft, maar gebruik maakt van delfstoffen, massa's water verbruikt, maar bovendien energetisch minder evident is (koudebruggen, muurdiktes, warmteopslag in een hete zomer).
Maar de meeste bouwers weten niet beter; een metser bouwt een huis en de baksteen komt van een machtige kleibakkersmastodont (die trouwens onlangs dacht HSB met een sofistisch geschrift te moeten diskrediteren). Waardige alternatieven uit de markt duwen, dus. En dat is ook hetgeen Fons hierboven belichaamt. En in die zin is zijn betoog niet legitiem.
Noem mij gerust een ecologist, dat mag, maar ik ben allerminst een groene wollen sokken spinner die tegen menselijke activiteit en aanwezigheid is. In tegendeel. Maar als we dan toch gebruik maken van wat we op deze bol vinden, laat het ons dan aub toch efficiënt en duurzaam doen.
gd
maandag, 20 juli, 2009 - 16:35Adders op laag water dan nog, nou moe.