Geen bronnenbescherming voor Belgische bloggers
Op de weblog van De Standaard vraagt men zich al een tijdje af: "Is een blogger, en bij uitbreiding iemand die online publiceert, een journalist?" Deze keer gaat het niet over het linken naar illegale inhoud, maar over het recht op bescherming of geheimhouding van informatiebronnen tegenover het gerecht.
De Standaard heeft het daarbij vooral over de situatie in de VS, waar een lagere rechtbank heeft beslist dat bloggers niet van dezelfde bescherming kunnen genieten als beroepsjournalisten. Na een uurtje zoeken op de websites van Kamer en Senaat, kan ik melden dat er ook voor de Belgische bloggers slecht nieuws is. De nieuwe wet op de bronnenbescherming zal enkel voor professionele journalisten gelden (in hoofdberoep of in bijberoep), voor professionele redactiemedewerkers en voor organisaties met rechtspersoonlijkheid. Wie onbezoldigd publiceert, zal zich niet kunnen beroepen op het bronnengeheim. De Raad van State adviseert overigens het gebruik van 'bronnenbescherming' als correcte term, in plaats van 'bronnengeheim'.
Aanvankelijk zag het er nochtans goed uit voor de Belgische bloggers. Het oorspronkelijke wetsvoorstel werd in juni 2003 ingediend door Geert Bourgeois, toen nog kamerlid, maar intussen Vlaams minister van media. De federale regering schaarde zich na een aantal aanpassingen achter het wetsvoorstel, dat daardoor een wetsontwerp werd. In de versie van 6 mei 2004, die vanuit de Kamer naar de Senaat werd gestuurd, stond er in artikel 2:
De Senaat heeft dit artikel evenwel grondig gewijzigd. In de versie van 28 januari 2005 staat er:
Men moet zijn journalistieke activiteit dus als loontrekkende of als zelfstandige, met andere woorden binnen het kader van een beroepsactiviteit (in hoofdberoep of in bijberoep) verrichten, of men moet een redactiemedewerker zijn die vanuit de uitoefening van een functie binnen een redactie werkt. Bloggers die individueel en louter als hobby teksten publiceren, vallen hier duidelijk niet onder. Wie niet beroepsmatig met journalistiek bezig is, zou volgens deze omschrijving wel een VZW of een andere rechtspersoon kunnen oprichten om aanspraak te kunnen maken op het bronnengeheim. De aanpassing zorgt er in ieder geval voor dat de drempel hoger komt te liggen.
Op een hoorzitting in de senaat hadden diverse specialisten hun mening gegeven over de vraag wie er zou moeten kunnen genieten van het bronnengeheim. Dirk Voorhoof, hoogleraar mediarecht aan de Gentse Universiteit, had aanbovelen om de volgende formulering te gebruiken:
Koen Lemmens, professor mediarecht aan de VUB, zei:
Maar Alain Strowel, hoogleraar aan de Facultés Universitaires Saint-Louis te Brussel, adviseerde een veel striktere definitie van het begrip "journalist":

PS-senator Philippe Mahoux diende daarop een amendement in dat het toepassingsdomein van de wet beperkt. Nathalie de 't Serclaes (MR), Staf Nimmegeers (SP.A) en Luc Willems (VLD) schaarden zich eveneens uitdrukkelijk achter deze beperking van het toepassingsgebied. Bijkomende amendementen verfijnden de beperking nog verder naar zowel loontrekkende als zelfstandige journalisten.
Pol Deltour vertolkte in de senaatscommissie het standpunt van de Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten van België:
Kamerlid Patrick De Groote (N-VA) had nog met twee amendementen geprobeerd om tegemoet komen aan de bezwaren van de Vlaamse Journalisten Vereniging, die naast journalisten in bijberoep nogal wat onbezoldigde vrijwilligers-journalisten onder haar leden heeft. Als zijn amendement was aanvaard, had artikel 2 van de wet er als volgt uitgezien:
Maar het heeft niet mogen zijn. Op vraag van de Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten van België (AVBB) heeft De Groote zijn amendementen weer ingetrokken, zodat de versie die in de Senaat werd goedgekeurd, ook door de Kamercommissie definitief werd aangenomen. Op de website van de AVBB wordt triomfantelijk gemeld: "Enkel wie vergoed wordt voor zijn journalistieke werk - ook al is dat in bijberoep - valt dus onder de bescherming".
De belangen van de gevestigde drukkingsgroepen, in dit geval de lobby van de beroepsjournalisten, werden dus eens te meer goed verzorgd door de politiek. Daarbij ging de wetgever voorbij aan de realiteit van de nieuwe media, die het publiceren in ieders bereik brengen, waardoor media meer en meer losgekoppeld worden van een journalistieke beroepsactiviteit. Bloggers die niet akkoord gaan met deze schending van het gelijkheidsbeginsel (artikel 25 van de Grondwet), kunnen hun ongenoegen uiten door te mailen naar de leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, die over een tweetal weken in de plenaire vergadering zullen moeten stemmen over dit wetsontwerp.
De Standaard heeft het daarbij vooral over de situatie in de VS, waar een lagere rechtbank heeft beslist dat bloggers niet van dezelfde bescherming kunnen genieten als beroepsjournalisten. Na een uurtje zoeken op de websites van Kamer en Senaat, kan ik melden dat er ook voor de Belgische bloggers slecht nieuws is. De nieuwe wet op de bronnenbescherming zal enkel voor professionele journalisten gelden (in hoofdberoep of in bijberoep), voor professionele redactiemedewerkers en voor organisaties met rechtspersoonlijkheid. Wie onbezoldigd publiceert, zal zich niet kunnen beroepen op het bronnengeheim. De Raad van State adviseert overigens het gebruik van 'bronnenbescherming' als correcte term, in plaats van 'bronnengeheim'.
Aanvankelijk zag het er nochtans goed uit voor de Belgische bloggers. Het oorspronkelijke wetsvoorstel werd in juni 2003 ingediend door Geert Bourgeois, toen nog kamerlid, maar intussen Vlaams minister van media. De federale regering schaarde zich na een aantal aanpassingen achter het wetsvoorstel, dat daardoor een wetsontwerp werd. In de versie van 6 mei 2004, die vanuit de Kamer naar de Senaat werd gestuurd, stond er in artikel 2:
Voor de toepassing van deze wet dient onder 'journalist' te worden verstaan eenieder die informatie verwerkt in de vorm van geregelde communicatie aan het publiek.
De Senaat heeft dit artikel evenwel grondig gewijzigd. In de versie van 28 januari 2005 staat er:
De bescherming van de bronnen als bepaald in artikel 3, genieten de volgende personen:
- journalisten, dus eenieder die als zelfstandige of loontrekkende werkzaam is, alsook iedere rechtspersoon, en die regelmatig een rechtstreekse bijdrage levert tot het verzamelen, redigeren, produceren of verspreiden van informatie voor het publiek via een medium;
- redactiemedewerkers, dus eenieder die door de uitoefening van zijn functie ertoe gebracht wordt kennis te nemen van informatie die tot de onthulling van een bron kan leiden, ongeacht of dat verloopt via het verzamelen, de redactionele verwerking, de productie of de verspreiding van die informatie.
Men moet zijn journalistieke activiteit dus als loontrekkende of als zelfstandige, met andere woorden binnen het kader van een beroepsactiviteit (in hoofdberoep of in bijberoep) verrichten, of men moet een redactiemedewerker zijn die vanuit de uitoefening van een functie binnen een redactie werkt. Bloggers die individueel en louter als hobby teksten publiceren, vallen hier duidelijk niet onder. Wie niet beroepsmatig met journalistiek bezig is, zou volgens deze omschrijving wel een VZW of een andere rechtspersoon kunnen oprichten om aanspraak te kunnen maken op het bronnengeheim. De aanpassing zorgt er in ieder geval voor dat de drempel hoger komt te liggen.
Op een hoorzitting in de senaat hadden diverse specialisten hun mening gegeven over de vraag wie er zou moeten kunnen genieten van het bronnengeheim. Dirk Voorhoof, hoogleraar mediarecht aan de Gentse Universiteit, had aanbovelen om de volgende formulering te gebruiken:
Voor de toepassing van deze wet dient onder 'journalist' te worden verstaan eenieder die informatie verwerkt met het oog op de openbaarmaking aan het publiek.
Koen Lemmens, professor mediarecht aan de VUB, zei:
Hoewel artikel 2 inderdaad eigenaardig is geformuleerd, meen ik dat de definitie van journalist ook niet al te restrictief mag zijn. Gezien de bescherming van het bronnengeheim is gestoeld op artikel 10 EVRM, komt dit recht aan eenieder toe die publiceert of mededelingen doet in de media. Een beperking van het begrip journalist tot de beroepsjournalisten bijvoorbeeld zou in strijd zijn met artikel 10 en met de rechtspraak van het Europese Hof.
Maar Alain Strowel, hoogleraar aan de Facultés Universitaires Saint-Louis te Brussel, adviseerde een veel striktere definitie van het begrip "journalist":

Alain Strowel
De definitie van 'journalist' lijkt echter ook te ruim. Ik vraag mij in het bijzonder af wat er met de nieuwe media, en vooral met internet, zal gebeuren. Voor de andere media, de audiovisuele media of de geschreven pers, beschikt men immers over voldoende waarborgen om ontsporingen te vermijden. Op het internet echter ontpopt iedereen zich als het ware als een professionele informatieverstrekker, wat een veel groter risico op ontsporingen met zich mee brengt. De ontwerpdefinitie zou van toepassing kunnen zijn op eenieder die via het internet informatie verspreidt die derden betreft. Zou men daarom niet beter uit de definitie alles weren wat betrekking heeft op publicaties op het internet, en eventueel deze zaak later regelen, behalve in het geval waarin de online-publicatie toegevoegd is aan een publicatie op een andere drager of deze publicatie aanvult?

Philippe Mahoux
Pol Deltour vertolkte in de senaatscommissie het standpunt van de Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten van België:
Voor de beroepsvereniging zou de gemakkelijkste oplossing zijn dat de wet enkel van toepassing is op beroepsjournalisten. Toch kan de beroepsvereniging zich vinden in een ruimere omschrijving van het begrip journalist, namelijk iedereen die meewerkt aan het nieuwsverwerkingsproces. Bij de beroepsvereniging zijn er 4.500 Belgische beroepsjournalisten aangesloten (mensen die professioneel actief zijn bij wijze van hoofdberoep in algemene nieuwswereld). Daarnaast zijn er een vijfhonderdtal journalisten van beroep (zie koninklijk besluit van 1965 - mensen die professioneel actief zijn in het nieuwsproces maar in gespecialiseerde media, zoals testaankoop, enz.). Deze beide categorieën zouden duidelijk onder het toepassingsgebied vallen. Daarnaast zijn er heel wat mensen die journalistiek actief zijn in bijberoep (bijvoorbeeld enkel in het weekend sportverslaggeving, of het opvolgen van gemeenteraadszittingen). Het is moeilijk hier een precies aantal op te plakken. Ik meen dat ook die personen onder het toepassingsgebied van de wet vallen. De vraag rijst of deze personen niet ontsnappen aan een deontologische controle. Het deontologische verhaal heeft veel te maken met de journalist persoonlijk, maar ook met het medium waarvoor hij werkt. In de Raad voor de journalistiek zijn op basis van pariteit de journalistenverenigingen betrokken, maar ook de nieuwsmedia. Deze nieuwsmedia verbinden alle medewerkers die voor hen werken. Wanneer zich een probleem stelt in de grijze zone, moet men vertrouwen hebben in justitie die geval per geval zal bekijken of de betrokken persoon in aanmerking komt om aanspraak te maken op het brongeheim.

Patrick De Groote
De bescherming van de bronnen als bepaald in artikel 3, genieten de volgende personen:
- journalisten, dus eenieder die als zelfstandige of loontrekkende werkzaam is, of elke onbezoldigde persoon, alsook iedere rechtspersoon, en die regelmatig een rechtstreekse bijdrage levert tot het verzamelen, redigeren, produceren of verspreiden van informatie voor het publiek via een medium;
- redactiemedewerkers, dus eenieder die door de uitoefening van zijn bezoldigde of onbezoldigde functie ertoe gebracht wordt kennis te nemen van informatie die tot de onthulling van een bron kan leiden, ongeacht of dat verloopt via het verzamelen, de redactionele verwerking, de productie of de verspreiding van die informatie.
Maar het heeft niet mogen zijn. Op vraag van de Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten van België (AVBB) heeft De Groote zijn amendementen weer ingetrokken, zodat de versie die in de Senaat werd goedgekeurd, ook door de Kamercommissie definitief werd aangenomen. Op de website van de AVBB wordt triomfantelijk gemeld: "Enkel wie vergoed wordt voor zijn journalistieke werk - ook al is dat in bijberoep - valt dus onder de bescherming".
De belangen van de gevestigde drukkingsgroepen, in dit geval de lobby van de beroepsjournalisten, werden dus eens te meer goed verzorgd door de politiek. Daarbij ging de wetgever voorbij aan de realiteit van de nieuwe media, die het publiceren in ieders bereik brengen, waardoor media meer en meer losgekoppeld worden van een journalistieke beroepsactiviteit. Bloggers die niet akkoord gaan met deze schending van het gelijkheidsbeginsel (artikel 25 van de Grondwet), kunnen hun ongenoegen uiten door te mailen naar de leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, die over een tweetal weken in de plenaire vergadering zullen moeten stemmen over dit wetsontwerp.



Drieu