Geen zwijgplicht, maar ruzieverbod
De VLD heeft een veel grotere graad van interne democratie dan andere partijen. Het congresgebeuren van het afgelopen weekend heeft dat nog maar eens aangetoond. Honderden amendementen, elk lid kan het woord vragen, elk lid kan mee stemmen. Ons partijbestuur wordt rechtstreeks verkozen door de leden. Iedereen kan er mee discussiëren over onze standpunten en onze strategie.
De maatregel die de Voorzitter vandaag heeft moeten nemen dient om de partij te behoeden van zelfdestructie. Het heeft niets te maken met een zwijgplicht, maar wel met een ruzieverbod. Mensen die nationaal mandataris zijn en partijbestuursleden hebben rechten maar ook verplichtingen ten aanzien van de 80.000 VLD-leden. Het is een eer om in het VLD-partijbestuur te zetelen maar dat brengt ook verantwoordelijkheden met zich mee. De eerste, en belangrijkste, is dat men in het partijbestuur en in de parlementaire fracties steeds klaar en helder opkomt voor zijn overtuiging. Dat men er zonder schroom zijn mening zegt en zijn intellectuele en politieke capaciteiten aanwendt om de partij tot de beste inzichten te brengen.
Maar eens het debat gevoerd, en eens democratisch een standpunt ingenomen werd, heeft men als partijbestuurslid de plicht dit naar buiten uit te verdedigen. Kan men zich niet langer herkennen in de lijn van de partij, dan staat het elkeen vrij ontslag te nemen uit het partijbestuur of zijn of haar mandaat neer te leggen. Zo werkt nu eenmaal een democratische partij. Democratie houdt ook plichten in, niet alleen rechten. Men vraagt een partijbestuurslid immers maar naar zijn mening omdat hij in het partijbestuur zit.
VLD-voorzitter Bart Somers in M-Flash, 24 mei 2005


