VCM legt Verstrepen boete van 12.500 euro op
Jurgen Verstrepen krijgt een administratieve geldboete opgelegd van 12.500 euro (PDF) vanwege het Vlaams Commissariaat voor de Media. Kort samengevat heeft hij volgens het VCM het volgende mispeuterd:
Het VCM heeft de letter van de wet toegepast. Verstrepen had zich, indien hij dat had gewild, beter kunnen indekken. Bijvoorbeeld door, net zoals VT4 in de beginperiode (met Britse licentie), over een vast adres in het buitenland te beschikken, waar ook de eindredactie of de eindregie van de ether-uitzendingen plaatsvond. Hij had ook een naam kunnen kiezen waar de band met Vlaams Belang niet vingerdik op lag, zoals nu met "VB6015".
Fundamenteel brengt dit incident mijns inziens twee problemen aan het licht in de huidige Vlaamse mediawetgeving:
Verstrepen geeft commentaar op de beslissing en kondigt aan in beroep te gaan.
- Hij heeft in Vlaanderen een hoofdzakelijk op Vlaanderen gericht omroepprogramma geproduceerd, en dat vervolgens via buitenlandse zenders in de ether uitgezonden. Omdat hij echter niet over een vaste inrichting (bedrijf of kantoor) in het buitenland beschikt (of daar geen overtuigende bewijzen voor levert), valt hij volledig onder de Vlaamse mediawetgeving, en had hij over een voorafgaande erkenning als landelijke omroep moeten beschikken.
- Hij heeft omroepprogramma's via het internet verspreid, zonder een voorafgaandelijke aangifte te doen bij het VCM van het feit dat hij een "radiodienst" uitbaat.
- Het VCM acht zijn omroep afhankelijk van een politieke partij, hetgeen in strijd is met de Vlaamse omroepwetgeving.
Het VCM heeft de letter van de wet toegepast. Verstrepen had zich, indien hij dat had gewild, beter kunnen indekken. Bijvoorbeeld door, net zoals VT4 in de beginperiode (met Britse licentie), over een vast adres in het buitenland te beschikken, waar ook de eindredactie of de eindregie van de ether-uitzendingen plaatsvond. Hij had ook een naam kunnen kiezen waar de band met Vlaams Belang niet vingerdik op lag, zoals nu met "VB6015".
Fundamenteel brengt dit incident mijns inziens twee problemen aan het licht in de huidige Vlaamse mediawetgeving:
- Al wie louter via het internet uitzendt, en die dus geen gebruik maakt van schaarse gemeenschapsgoederen zoals etherfrequenties, wordt door de Vlaamse mediawetgeving verbod opgelegd om bindingen te hebben met een politieke partij. Sterker nog, een politieke partij mag dus geen geluids- of videobestanden op zijn website aanbieden, want dan biedt zij een "radiodienst" of "televisiedienst" aan, en om dat te mogen doet moet je volgens de Vlaamse mediawetgeving gestructureerd zijn als een rechtspersoon wiens voornaamste doel erin bestaat om dergelijke diensten uit te baten, en moet je bovendien onafhankelijk zijn van een politieke partij. Ik vermoed dat zowat alle Vlaamse podcasters, vloggers en webcasters al in overtreding zijn met de bepaling inzake structurering als rechtspersoon en de bepaling over het maatschappelijk doel van die rechtspersoon.
- Al wie beeld en geluid uitzendt via het internet, en daarbij dus geen gebruik maakt van schaarse gemeenschapsgoederen zoals etherfrequenties (nee, internet-bandbreedte is géén schaars gemeenschapsgoed, maar zuivere handelswaar), moet vooraf aangifte doen per aangetekend schrijven aan het VCM. Sorry, maar alleen al die aangifteplicht vind ik een fundamentele inbreuk op mijn recht van vrije meningsuiting. Dat er een erkennings- of vergunningsplicht geldt voor etheruitzendingen kan ik begrijpen: de gemeenschap beheert immers het schaarse frequentiespectrum, en geeft daarbij voorrang aan omroepen die aantonen dat zij een bepaald maatschappelijk nut brengen, pluralistisch georganiseerd zijn, enzovoorts. Dat je iets wil bekendmaken op het internet, en dat je louter omwille van het feit dat je dat niet met woorden, maar met beelden en/of geluiden wil doen, je daarvan vooraf aangifte moet doen, is gewoon belachelijk. Het ligt niet alleen aan Vlaanderen, maar ook aan Europa. Europa heeft namelijk in een richtlijn gesteld dat het verspreiden van beelden en/of geluiden via het internet als een omroepactiviteit moet worden beschouwd. Vlaanderen heeft daar de consequentie aan gekoppeld dat er dan maar een aangifteplicht moest komen, al was het maar om te kunnen nagaan of de wetgeving wordt gerespecteerd. Het netto-resultaat is dat de overheid een fundamentele discriminatie hanteert tussen wie zijn ideeën op internet verspreidt via het geschreven woord, en wie dat doet via geluid en/of beeld. De ene moet geen aangifte doen, den andere wel. Ofschoon beiden geen enkel schaars gemeenschapsgoed gebruiken, eigent de overheid zich toch het recht toe om één van de twee afhankelijk te maken van een aangifteplicht.
Verstrepen geeft commentaar op de beslissing en kondigt aan in beroep te gaan.



Joppe