De Gucht over bedrijfsleiders
Als een Belgische bedrijfsleider veel geld kan krijgen voor zijn bedrijf, verkoopt hij het en gaat hij in het zuiden van Frankrijk leven. In Duitsland bijvoorbeeld, komt dat veel minder voor. De politiek kan dat cashen moeilijk verbieden, ook al zie ik dat niet graag gebeuren voor de continuïteit van onze economie.
Bij een aantal van die bedrijfsleiders is het bon ton om te zeggen dat je in België niet meer fatsoenlijk kan ondernemen. De politiek is de schuldige. Als het hier zo slecht is om te ondernemen, waar hebben ze dan allemaal hun fortuin mee opgebouwd? In Amerika worden ook vaak bedrijven in korte tijd opgebouwd en verkocht. Maar daar investeert men dat geld opnieuw in startende bedrijven. Dat zie je hier veel minder. Vaak gaat het geld op aan een grote villa, boten, enzovoort. Vanuit economisch oogpunt zou het veel beter zijn dat men nieuwe bedrijven financiert.
Karel De Gucht, geïnterviewd in De Standaard van 7 januari 2006



Reacties
Benny Marcelo
zaterdag, 7 januari, 2006 - 09:39Met andere woorden, dat er hier teveel belasting moet betaald worden op van alles en nog wat is helemaal niet waar. Het ligt aan de lamzakken die liever villa's en boten kopen in Frankrijk.
Gaan we terug naar de tijden van ''Den boas is ne smeirlap''?
Eric Jans
zaterdag, 7 januari, 2006 - 09:53Dat er nog villa's in Frankrijk gebouwd worden; is dat niet niet goed voor de postbodes?
Neen echt nu: áls De Gucht al gelijk heeft... is het dan snugger om het te zeggen? Maak je 't daarmee niet nog erger? Het lijkt me niet zo diplomatisch.
België spreekt blijkbaar niet meer tot de verbeelding van de vrije ondernemer.
In de Warande klonk een beetje gelijkaardig, niet? Maar dan iets diepgravender.
Je zou hier bijvoorbeeld op de idee kunnen komen om een motorbotenbedrijf op te starten. Zou De Gucht er z'n geld in investeren?
Dat wil ik zien.
dof
zaterdag, 7 januari, 2006 - 10:37T'is eens wat anders dan een internationale samenzwering van Joodse bankiers hé.
Als er straks wat ondernemers aan de lantaarnpaal hangen zal De Gucht WEER afkomen dat ze hem verkeerd begrepen hebben.
Peter Fleming
zaterdag, 7 januari, 2006 - 15:10waarom cashen ze? Misschien omdat ze geen bal geven om de verankering in een land als België?
Eric Jans
zaterdag, 7 januari, 2006 - 15:39@ Peter Fleming: Bingo!
Raak.
Yupie
zondag, 8 januari, 2006 - 00:43Met alle respect meneer De Gucht, maar ik denk dat u niet zoveel van economie heeft begrepen. Of iemand met zijn geld nu een nieuw bedrijf financiert, dan wel er een boot of whatever mee koopt, of het belegt in gelijk welk soort fonds, de economie is er even goed mee af. Het enige waar de economie minder goed mee af is, is wanneer de rijke stinkerd het geld in een sok duwt en onder zijn bed verstopt.
Ik neem aan dat u niet graag ziet gebeuren dat het geld niet langer *in Belgie* belegd wordt. Maar dat is nu eenmaal economische vrije keuze. Noem me een ouderwetse knokerd die nog in vrije markt gelooft, maar dat is precies waar de economie het best mee af is: dat betrokkene met zijn geld mag doen wat hij wilt.
wouter
zondag, 8 januari, 2006 - 15:24Veel interessanter in het interview is dat De Gucht zich neerlegt bij een verdere afbouw van de industrie in België. Het mag alleen niet onmiddellijk gebeuren het moet liefst geleidelijk gaan. Dat is blijkbaar waar onze politici (VLD incluis) voor gaan, voor de geleidelijke afbouw van onze industrie; bij het verdwijnen op zich leggen ze zich neer. Ipv een deftig beleid te voeren.
,,De vakbonden redeneren als volgt: de industrie gaat toch weg, er zal toch geen vierkante meter fabriek meer in België blijven als we de lonen nu gaan matigen. Maar dat is een foute redenering.''
,,Het aandeel van de industrie in onze economie zal wel afnemen, maar de vraag is wanneer, en in welk tempo. We moeten een bruuske golf sluitingen van industriële bedrijven vermijden. Dat zou sociale drama's veroorzaken. Een uitglijperiode over enkele tientallen jaren is totaal iets anders.''
Koen Robeys
zondag, 8 januari, 2006 - 16:23Wouter: Beeld je een economie in met één landbouwer. Die produceert zelf zijn voedsel en kleding, zijn gereedschap, enzovoort, en dat is een "subsistentie economie".
We voegen ook een smid toe: "nijverheid"; "industrie". De smid levert de boer gereedschap, zoals een riek en een ploeg, en de boer levert de smid voedsel. Onze economie bestaat nu uit 50% landbouw, en 50% industrie.
Als de productiviteit van de boer groot genoeg is - bijvoorbeeld: dank zij de instrumenten die de smid levert - om een derde persoon te onderhouden, dan voegen we nu een dokter aan de economie toe. De boer levert voedsel aan de twee anderen, de smid levert instrumenten aan de twee anderen, en de dokter levert medische diensten.
Ik denk dat we het eens zijn dat de economie met de dokter rijker is dan een economie zonder. En toch is het "aandeel van de industrie" nu gedaald van 50 naar 33.33%. En als er nu ook nog een cafébaas bijkomt die voor ontspanning zorgt, dan daalt "het aandeel van de industrie" verder naar 25%, en toch blijft de economie almaar rijker worden.
Terzijde, in vergelijking met de typische industriejob is een typische bediendejob niet meer dan een sinecure. Maar doorgaans wel stukken beter betaald.
Kortom, we hoeven De Guchts uitspraak niet te lezen als "geen deftig beleid", en evenmin als "de industrie mag verdwijnen". Het kan evengoed de beschrijving van een perfect normaal ontwikkelende economie zijn.
Beste groeten, Koen
LVB
zondag, 8 januari, 2006 - 16:31@Koen: kunnen we dan concluderen dat we ons pas echt zorgen moeten maken als de industriële productie, in absolute termen uitgedrukt, daalt? En dan niet binnen één land (een land kan zich specialiseren in het exporteren van diensten en daar rijk mee worden, zie Luxemburg), maar op wereldschaal, of op Europesse schaal?
ivan
zondag, 8 januari, 2006 - 17:22De industriele productie, in absolute termen, wereldwijd zeker, maar ook nog in België, neemt nog steeds toe. De stijgende productiviteit brengt met zich mee dat deze stijgende productie, in absolute termen, met steeds minder input gebeurt. Gevolg: de industriele tewerkstelling daalt.
De output inzake industriele producten zal pas in absolute termen gaan dalen, als ook de vraag daalt. Een dalende vraag gecombineerd met stijgende productiviteit kan niet anders dan leiden tot een verminderde industriele output.
Is dat zorgwekkend? Als dat komt omdat de vraag verschuift naar diensten of naar zogenaamde experience goods zie ik niet waarom. Als we meer van onze geld kunnen besteden aan "goederen" die zich hoger op de "maslow-schaal" bevinden en minder aan basisvoorzieningen zoals voedsel, betekent dit dat we rijker zijn geworden.
Het beeld van Koen is dus correct, het moet alleen aangevuld worden met de vraagzijde. Een perfect normaal ontwikkelende economie gebeurt niet alleen langs de aanbodzijde (productiviteit) maar ook de vraagzijde, hoewel veel economen het oneens zijn over welk aspect overheerst.
Is het dus erg dat de industrie zou verdwijnen hier? Neen, niet als dat het gevolg is van stijgende productiviteit en een verschuiving van de vraag naar producten van "hogere orde". Die stijgende productiviteit en die dalende vraag naar industriele goederen zijn immers een teken van welvaart en een goed functionerende economie en niet van het omgekeerde.
Koen Robeys
zondag, 8 januari, 2006 - 17:32Luc: Het eerlijke antwoord is: "ik weet het niet (want ik ben geen economist)".
Maar waar ik wel redelijk goed in ben is het plaatsen van dingen in een perspectief. Dus, wanneer een uitspraak als "het aandeel daalt" wordt voorgesteld alsof iets aan het verdwijnen is, dan probeer ik te tonen dat het even goed mogelijk is dat het helemaal niet aan het verdwijnen is, maar dat iets anders snel aan het stijgen is.
Voor zover ik dus iets zinvols kan zeggen over wanneer we ons zorgen moeten maken: welvaart lijkt me een rechtstreekse functie van productiviteit per hoofd. Zolang we meer kunnen bijmaken dan er hoofden bijkomen, in welke vorm ook, lijkt me alles OK. Op het eerste zicht komt dat een beetje neer op wat Ivan zegt: misschien is dat wel een economist :-)
Beste groeten, Koen
wouter
zondag, 8 januari, 2006 - 22:21@Koen Ik kan jouw perspectief wel begrijpen maar het is fout m.i. De industrie vermindert niet omdat de mensen ander werk vinden (boer wordt smid) als gevolg van een productiestijging. Maar omdat het werk elders verricht wordt waar minder belastingen moet betaald worden. De idee geopperd door VLDer Paul De Grauwe dat onze economie louter kan draaien op diensten lijkt mij een illusie.
Er is dus wel degelijk nood aan een deftig beleid (o.a. afschaffen van een hoop niet productieve jobs (http://users.ugent.be/~frva...), en de belasting op arbeid afschaffen).
ivan
maandag, 9 januari, 2006 - 09:46Wouter, uw stelling wordt gewoonweg tegengesproken door de feiten. Waar zijn de Belgische textieljobs dan naar toe? Naar China? Mis. De industriele tewerkstelling is China daalt sneller dan in Europa. Waar zijn die jobs dan naar toe? Stijgende productiviteit betekent meer output met minder input (werk). Welnu de productiviteit stijgt in China pijlsnel.
Koen heeft gelijk.
Koen Robeys
maandag, 9 januari, 2006 - 18:27Wouter: Je schrijft "De industrie vermindert niet omdat de mensen ander werk vinden (boer wordt
smid) als gevolg van een productiestijging." Maar dat klopt niet met de theorie, zoals Ivan schreef, en het klopt ook
niet met de huidige feiten, zoals Ivan ook schreef (en die ikzelf ook niet
kende). Tenslotte klopt het ook niet met de historische feiten. De
mensheid heeft altijd geleefd in een landbouweconomie; (uit het blote
hoofd) 95% in de tijd van Aristoteles en nog steeds 80% in het Europa van
de Verlichting leefde in de landbouw. En zo is het nu nog steeds in heel
veel plaatsen in de wereld.
En vingerknip, flits! Doe er nog twee eeuwen bij, en in een
(post-)industriële samenleving als de onze zitten we nog aan 2%. Tot 90%
van de jobs in de *enige* sector die al tijd iets voorstelde is verdwenen!
En dat is heus niet omdat de productie van landbouwproducten naar "elders"
is verhuisd. Het probleem van de 2% van de bevolking die nog in de
landbouwproducten zitten, is dat ze veel te veel produceren, zodat wij ze
nog moeten subsidiëren ook.
En dat is een (bijna) eeuwige realiteit. Tijdens bepaalde periodes gaat
het "goed" (aanhalingstekens omdat "goed" alleen maar betekent dat de
bevolking niet net boven het punt zit waar er hongersnood is, maar een
tikje hoger), en dan begint de bevolking te groeien. En na enkele
generaties, hoogstens eeuwen, kan de ecologie het niet meer dragen, en de
boel stort ineen: pest, oorlogen, hongersnood, noem maar op. Overal,
altijd, vele millennia lang, tot ca. 150 jaar geleden in het Westen, en
tot op de dag van vandaag in veel andere plaatsen.
Alleen, ergens in de late zeventiende, vroege achttiende eeuw, werd dat
verhongerend proletariaat opgevangen in de fabrieken. Toenemende
landbouwproductiviteit liet toe meer mensen in leven te houden - en nee,
het was nog steeds geen vetpot, maar dat was het op geen enkel eerder
moment in de geschiedenis - en nu vonden ze nog een job ook. Dus de boer
werd mijnwerker, en staalarbeider, en een hoop andere dingen in
omstandigheden die jij en ik al lang onaanvaardbaar zouden vinden. En
guess what, de productiviteit blééf stijgen, en vanaf een bepaald moment
bleef de bevolking *niet* meer meestijgen, en de "welvaart per hoofd" ging
geweldig de hoogte in.
Want naarmate de stijgende productiviteit meer goederen beschikbaar maakte
- omdat de landbouwers ze in stijgende hoeveelheden uit de grond haalden,
of omdat de arbeiders ze uit de fabrieken persten - werden al die
producten heel veel goedkoper, en waar een normaal mens "vroeger" tot drie
kwart van zijn inkomen moest stoppen in voedsel, en de rest in kleding en
behuizing, praten wij vandaag over hoe vaak per jaar we met vakantie gaan.
Het hele punt is dus: hoe schakel je de vrijkomende arbeidskrachten in in
het productieproces, nadat ze door precies die stijgende productiviteit
zijn vrijgekomen? Het antwoord sinds enkele eeuwen is: laat ze dokter
worden, of leraar, of bankier, of entertainer, en vele, vele andere
mogelijkheden. En wat het antwoord in de toekomst zal zijn, dat kunnen wij
ons wellicht evenmin voorstellen als Aristoteles zich had kunnen inbeelden
dat landbouwers dokters en ingenieurs konden worden. Maar dat neemt niet
weg dat het historisch zo gegaan is. De productiviteit steeg, en daar is
het allemaal mee begonnen.
Beste groeten, Koen
wouter
maandag, 9 januari, 2006 - 21:28Ik weet natuurlijk ook wel dat door productiviteitsstijging en arbeidsdeling we nu niet allemaal meer aan het boeren zijn, en dat we steeds meer kunnen doen met minder mensen. Waar ik het over had is over de delocalisatie van bedrijven dat is geen gevolg van productiviteitsstijging (of boer wordt smid) maar een rechtstreeks gevolg van de belastingsverschillen in de verschillende landen. En daar kun je met beter beleid iets aan doen. O.a. door de staat niet te laten parasiteren op de werkende mensen, door allerlei onnodige jobs af te schaffen, de overregulring in te dammen etc. De loonmatiging die deklucht voorstelt is een absoluut zwaktbod en ronduit pervers als men aan de rest niets wil veranderen.
Koen Robeys
maandag, 9 januari, 2006 - 22:41Wouter: het zou stilaan duidelijk moeten zijn dat "de afname van het aandeel van de industrie" - en dat is waar je het eerst over had - iets heel anders is dan de delocalisatie. Eerst, dat wil zeggen op 8 januari om 15.24 uur, had je het over hoe De Gucht dat afnemen zou laten uitglijden in een verdwijnen. Wellicht heb je het nu nogal abrupt over de delocalizatie omdat je intussen zelf ook inziet dat je uit dat "afnemen van het aandeel van de industrie" niet de dingen kon afleiden die je er eerst probeerde uit af te leiden?
Die delocalizatie schrijf je nu ineens op het konto van de belastingen. Ik ken nog mensen die bij ongeveer elk probleem of elke kwestie die zich voordoet de schuld op de belastingen werpen, maar eerlijk gezegd vind ik dat soort één-factor-denken weinig overtuigend.
Laten we bijvoorbeeld die "delocalizatie" in perspectief plaatsen. Er zijn in België ongeveer 4,000,000 arbeidsplaatsen: meer dan de helft van de Belgen leeft van het werk van iemand anders. Baby's en zo.
Als er *elke dag* één bedrijf in de krant staat, dat een "delocalizatie" met het "verlies van 100 arbeidsplaatsen" aankondigt, dan komen we op 40,000 op een jaar. Vaak gaat het echter niet over honderd, maar over "tientallen" plaatsen, en vaak staat zoiets *niet* alle dagen in de krant. Maar neem het voor het gemak even aan.
Als we het dus aannemen en aan 40,000 arbeidsplaatsen op een jaar komen, dan is dat zegge en schrijve één (1) percent van het totaal aantal arbeidsplaatsen: dat waren er immers 4 miljoen.
Kortom, je kan er met grote rollende ogen een enorm spectakel van maken, en je kan doen alsof het plaatsen in dit perspectief een typische, harteloze, neo-liberale attitude is, maar de simpele realiteit lijkt me dat de "delocalizatie" veel meer met decibels dan met realiteiten te maken heeft.
Zoals bevestigd door het feit dat de werkloosheid eigenlijk niet noemenswaardig stijgt. Een moderner wordende economie als België is waarschijnlijk wel in staat jaarlijks één percent van de "oude" jobs te vervangen door "moderne" jobs; denk je ook niet? Een vriend van me die een softwarebedrijf heeft opgericht, en nu al enkele tientallen mensen tewerkstelt, schijnt in elk geval te denken van wel...
:-)
Koen