Om moslimprinsen te behagen
Figaro: "Ik schrijf een komedie in dichtvorm over de gebruiken in de harem, in de veronderstelling dat ik als Spaanse schrijver zonder scrupules kan zeggen wat ik wil over Mohammed. Voor ik het besef komt er een gezant van god-weet-waar op de proppen die klaagt dat mijn stuk beledigend is voor het Ottomaanse rijk, voor Perzië, voor een groot stuk van het Indische subcontinent, voor heel Egypte, en voor de koninkrijken Barca, Tripoli, Tunisië, Algerije en Marokko. En bijgevolg gaat mijn toneelstuk in vlammen op, alleen maar om moslimprinsen te behagen, waarvan er voor zover ik weet geen enkele kan lezen, maar die ons toch de stuipen op het lijf jagen en zeggen dat we 'christenhonden' zijn. Omdat ze een mens niet kunnen doen stoppen met nadenken, wreken ze zich door hem er van langs te geven".
Pierre-Augustin Caron de Beaumarchais (1732-1799), "Le Mariage de Figaro" (1784), vijfde bedrijf, derde scène.



Reacties
Edward
vrijdag, 3 februari, 2006 - 21:17hahaha, bastards !
pepperjack
zondag, 5 februari, 2006 - 22:15sterk!