Internetradio, podcasting en de Vlaamse mediawetgeving
HOORZITTING IN HET VLAAMS PARLEMENT
Donderdagnamiddag hield de Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media van het Vlaams Parlement een hoorzitting over digitale radiotechnieken met "deskundigen uit het veld". Vier sprekers passeerden de revue: Bruno Heyndrickx van Topradio, Robert-Jan van der Hoeven van Broadcast Partners, de bloggende radiofreak Tom Decouttere, en uw dienaar. De drie eerste sprekers hadden het over digitale radio via de ether (met aandacht voor technieken als DAB en DRM), waarna ik een situatieschets bracht over internetradio en podcasting. In voorbije blogartikels (1, 2, 3) had ik mij al kritisch uitgelaten over de Vlaamse mediawetgeving met betrekking tot audio en video via het internet. Nu de Vlaamse overheid van plan is om de mediawetgeving te herzien met het oog op o.a. het uitreiken van erkenningen aan digitale etheromroepen, lijkt het ogenblik aangebroken om de regelgeving voor internetradio en -televisie te vereenvoudigen.

Hieronder volgt de uitgeschreven versie van mijn toelichting. Toch nog een kanttekening: van de 17 parlementsleden die lid zijn van deze commissie (plaatsvervangers niet meegerekend), waren er welgeteld twee tijdens de hele duur van de hoorzitting aanwezig: Carl Decaluwe (CD&V) en Jurgen Verstrepen (VB), waarbij ik nog vermeld dat ook Dany Vandenbossche (SP.A) gedurende het grootste deel van de zitting aanwezig was en daarbij de taak van commissievoorzitter op zich nam. Het totale aantal aanwezige commissieleden was tijdens deze hoorzitting op geen enkel ogenblik hoger dan vijf. Maar, zoals iemand opmerkte, "de officiële verslagen van deze zittingen doen achteraf ook nog hun werk". De liberale strekking bij de toehoorders werd vertegenwoordigd door onze vriend-blogger en VLD-fractiemedewerker Ivan Janssens, beter bekend als The Flemish Beerdrinker.
TRANSMISSIETECHNIEKEN
Geluid en beeld kunnen op verschillende manieren via het internet verspreid worden: via downloads, via streaming, of via peer-to-peer. Muziek- en filmmaatschappijen geven de voorkeur aan streaming, omdat de kijker/luisteraar de content niet naar eigen goeddunken kan copiëren en verder verspreiden. Podcasts zijn in essentie downloads waarbij het RSS-mechanisme zorgt voor een makkelijke manier om "zich te abonneren" op een kanaal, zodat opeenvolgende afleveringen van een programma automatisch gedownload worden. Net zoals iTunes een boost gegeven heeft aan podcasting, zullen browsers met ingebouwde Bittorrent-plugins in de toekomst een boost geven aan P2P. Het internet zelf, dat momenteel grotendeels via ADSL of via de kabel in de huiskamer wordt gebracht, zal in de toekomst mobieler worden. De evolutie van GPRS naar UMTS (3G), van Wifi naar Wimax en van unicasting naar multicasting zal het mobiele gebruik van multimedia in de toekomst makkelijker maken.
OMVANG VAN HET FENOMEEN
SABAM heeft weet van 45 internetradio's, 50 simulcasters en een handvol podcasters in België. Simulcasters zijn bestaande FM- of kabelomroepen die hun signaal ook via internet verspreiden. Volgens podcast-player.com bestaan er in België 110 podcasts. Dat SABAM een minder goed zicht heeft op het aantal podcasts, komt doordat veel podcasts enkel uit spraak bestaan, en auteursrechtenvrije muziek draaien, waardoor ze geen rechten moeten betalen aan SABAM. Onafhankelijke internetradio's hebben meestal slechts een bescheiden aantal luisteraars, typisch 5 à 50 simultane luisteraars op een gegeven ogenblik, met uitzonderlijke pieken van enkele honderden. Simulcasting-streams en streams van grote mediabedrijven halen enkele duizenden tot tienduizenden simultane luisteraars.
DE WETGEVING LOOPT ACHTER OP DE TECHNISCHE EVOLUTIE
Bij peer-to-peer toepassingen is de "plaats waar de server zich bevindt" een inhoudsloos begrip. Ook begrippen als "de studio" of "de plaats van productie" zijn achterhaald. Verschillende onderdelen van een programma kunnen door verschillende medewerkers bij hen thuis geproduceerd worden, geupload worden naar één of meer servers, waarna een eindredacteur die zich op een andere plaats bevindt de volgorde bepaalt en het geheel van bindteksten voorziet. De eigenlijke verspreiding kan dan nog via "edge caching" diensten verlopen hetgeen een exacte localisatie nog moeilijker maakt.
Ook begrippen als "audio", "radio", "video" of "televisie" worden vager. Wie vandaag via het digitale platform van Telenet naar Radio Donna luistert, ziet een logo van Donna in beeld. Niets belet de VRT om daar in de toekomst meta-informatie over de gedraaide muziek aan toe te voegen of foto's van de artiesten. Hebben we dan nog met radio te maken, of met een vorm van televisie? En tenslotte maken ontwikkelingen zoals P2P het ook makkelijker om anonieme omroeptoepassingen op te zetten.
DE HUIDIGE MEDIAWETGEVING
De huidige Vlaamse mediawetgeving rond internetradio en podcasting wordt gekenmerkt door een aantal verplichtingen en verbodsbepalingen. Er is geen vergunnings- of erkenningsvereiste, maar wel een aangifteplicht. De initiatiefnemer moet per aangetekend schrijven aan de Vlaamse Regulator voor de Media zijn radio- of televisiedienst aanmelden. Structureel moet het initiatief de vorm aannemen van een rechtspersoon, in de praktijk meestal een vennootschap of een VZW. Het maatschappelijk doel van deze rechtspersoon moet in hoofdzaak bestaan uit het verzorgen van radio- en televisiediensten, hetgeen betekent dat een bestaand vennootschap of vereniging met een bestaande werking er niet zomaar een internetradio of een podcast mag bijnemen. Tenslotte legt het decreet een aantal onverenigbaarheden op: één rechtspersoon mag slechts één enkele radio- of televisiedienst exploiteren, een individu mag slechts in één enkele rechtspersoon die een radio- of televisiedienst exploiteert een bestuursmandaat uitoefenen, en er bestaat ook een onverenigbaarheid tussen een dergelijk bestuursmandaat en een politiek mandaat. Deze onverenigbaarheden zijn veel strenger dan wat momenteel bijvoorbeeld aan lokale radio's wordt opgelegd.
PROBLEEM: ONDUIDELIJKE DEFINITIE
De wetgeving rond internetradio en podcasting wordt gekenmerkt door een onduidelijke definitie. Alles draait rond de definitie van "radiodiensten" en "televisiediensten", waarbij het niet duidelijk is of er ook vormen van geluids- en beeldsverspreiding via internet kunnen bestaan die niet als radiodiensten of televisiediensten worden beschouwd. De Vlaamse Regulator voor de Media heeft in zijn vonnis in de zaak-Verstrepen gesteld dat er duidelijk sprake moet zijn van een "programma" met een eigen naam, en dat er een redactionele inbreng moet zijn. Een blogger die blogteksten voorleest en deze in geluidsvorm via internet verspreidt, valt volgens de VRM niet onder de wetgeving rond "radiodiensten". Premier Verhofstadt die opnames van zijn wekelijkse persconferentie als podcast verspreidt, levert volgens dezelfde VRM geen radiodienst. En Carl Decaluwe heeft op 9 november jongstleden in deze commissie verklaard dat de videoblog "TV Respect" van de CD&V volgens eminente juristen geen televisiedienst is. Dit alles is mijns inziens voor diverse interpretatie en voor discussie vatbaar, gezien de vage bewoordingen van de decretale bepalingen.
PROBLEEM: CONTRADICTIE TUSSEN SABAM EN DE VLAAMSE MEDIAWETGEVING
SABAM heeft een tijd geleden een drempelverlagende formule voor kleine initiatieven voorgesteld. Wie maximaal 25 simultane streams verpreidt, geen reclame heeft en een louter persoonlijk initiatief runt, betaalt slechts de helft van het normale streaming-tarief. Het element "louter persoonlijk" is echter in tegenspraak met de vereiste in de Vlaamse mediawetgeving om een rechtspersoon op te richten.
PROBLEEM: BUREAUCRATISCHE DREMPELS ZORGEN VOOR ONTWIJKGEDRAG
De vereisten om een rechtspersoon op te richten leidt ertoe dat vele kleine initiatieven gewoon de decretale aangifteplicht aan hun laars lappen. Verschillende internetradio's hebben zich niet bij de VRM aangemeld, anderen hebben dit wel gedaan maar hebben uitdrukkelijk vermeld dat zij geen rechtspersoon hebben opgericht.
MIJN ADVIES
Als het Vlaams Parlement van plan is om de mediawetgeving te herzien, dan is het interessant om zich in verband met internetradio en podcasting eens de vraag te stellen: wat valt er hier te beschermen? In elk geval geen schaarse gemeenschapsgoederen zoals frequentiespectrum. Internet-bandbreedte is een louter commercieel goed dat in principe onbeperkt beschikbaar is indien men bereid is er de prijs voor te betalen. Wel valt er natuurlijk een publieke orde te beschermen, zoals het toezicht op de naleving van de bestaande wetgeving rond recht op antwoord, bescherming van de consument, auteursrechten enz. In die optiek kan het interessant zijn dat de overheid snel de identiteit van een initiatiefnemer kan achterhalen. In ieder geval dient de huidige onduidelijkheid rond "radiodiensten" en "televisiediensten" te worden weggewerkt en dient de rechtszekerheid te worden verhoogd. Als de meldingsplicht behouden wordt, maak er dan een gegeerd goed van en koppel er incentives aan, door bijvoorbeeld een lijst van bekende internetradio's en podcasts te publiceren op de website van de Vlaamse overheid. Het uitbreiden van het wettelijk gewaarborgde recht op vrije nieuwsgaring, dat momenteel beperkt is tot omroepen met een officiële erkenning, naar alle omroepinitiatieven, zou een incentive kunnen zijn om een spontane melding van internet-omroepinitiatieven te bevorderen. Indien bepaalde initiatieven niet onder de wetgeving vallen, vermeld dit dan duidelijk en ondubbelzinnig in de wetgeving. Tenslotte adviseer ik om alle onverenigbaarheden uit het decreet te schrappen, want dergelijke bepalingen leiden toch maar tot ontwijkgedrag met behulp van stromannen. Laat tenslotte de rechtspersoon-verplichting vallen, maar zorg ervoor dat er steeds een "verantwoordelijke uitgever" aan te wijzen valt. Tenslotte is de grondwettelijke bepaling over de "vrijheid van drukpers" ook gekoppeld aan een verantwoordelijke uitgever of, bij ontbreken daarvan, aan de drukker.
Donderdagnamiddag hield de Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media van het Vlaams Parlement een hoorzitting over digitale radiotechnieken met "deskundigen uit het veld". Vier sprekers passeerden de revue: Bruno Heyndrickx van Topradio, Robert-Jan van der Hoeven van Broadcast Partners, de bloggende radiofreak Tom Decouttere, en uw dienaar. De drie eerste sprekers hadden het over digitale radio via de ether (met aandacht voor technieken als DAB en DRM), waarna ik een situatieschets bracht over internetradio en podcasting. In voorbije blogartikels (1, 2, 3) had ik mij al kritisch uitgelaten over de Vlaamse mediawetgeving met betrekking tot audio en video via het internet. Nu de Vlaamse overheid van plan is om de mediawetgeving te herzien met het oog op o.a. het uitreiken van erkenningen aan digitale etheromroepen, lijkt het ogenblik aangebroken om de regelgeving voor internetradio en -televisie te vereenvoudigen.

Foto in GSM-kwaliteit. Vlnr: Dany Vandenbossche, Dirk Mattens, LVB, en de jas en rug van Jurgen Verstrepen
Hieronder volgt de uitgeschreven versie van mijn toelichting. Toch nog een kanttekening: van de 17 parlementsleden die lid zijn van deze commissie (plaatsvervangers niet meegerekend), waren er welgeteld twee tijdens de hele duur van de hoorzitting aanwezig: Carl Decaluwe (CD&V) en Jurgen Verstrepen (VB), waarbij ik nog vermeld dat ook Dany Vandenbossche (SP.A) gedurende het grootste deel van de zitting aanwezig was en daarbij de taak van commissievoorzitter op zich nam. Het totale aantal aanwezige commissieleden was tijdens deze hoorzitting op geen enkel ogenblik hoger dan vijf. Maar, zoals iemand opmerkte, "de officiële verslagen van deze zittingen doen achteraf ook nog hun werk". De liberale strekking bij de toehoorders werd vertegenwoordigd door onze vriend-blogger en VLD-fractiemedewerker Ivan Janssens, beter bekend als The Flemish Beerdrinker.
TRANSMISSIETECHNIEKEN
Geluid en beeld kunnen op verschillende manieren via het internet verspreid worden: via downloads, via streaming, of via peer-to-peer. Muziek- en filmmaatschappijen geven de voorkeur aan streaming, omdat de kijker/luisteraar de content niet naar eigen goeddunken kan copiëren en verder verspreiden. Podcasts zijn in essentie downloads waarbij het RSS-mechanisme zorgt voor een makkelijke manier om "zich te abonneren" op een kanaal, zodat opeenvolgende afleveringen van een programma automatisch gedownload worden. Net zoals iTunes een boost gegeven heeft aan podcasting, zullen browsers met ingebouwde Bittorrent-plugins in de toekomst een boost geven aan P2P. Het internet zelf, dat momenteel grotendeels via ADSL of via de kabel in de huiskamer wordt gebracht, zal in de toekomst mobieler worden. De evolutie van GPRS naar UMTS (3G), van Wifi naar Wimax en van unicasting naar multicasting zal het mobiele gebruik van multimedia in de toekomst makkelijker maken.
OMVANG VAN HET FENOMEEN
SABAM heeft weet van 45 internetradio's, 50 simulcasters en een handvol podcasters in België. Simulcasters zijn bestaande FM- of kabelomroepen die hun signaal ook via internet verspreiden. Volgens podcast-player.com bestaan er in België 110 podcasts. Dat SABAM een minder goed zicht heeft op het aantal podcasts, komt doordat veel podcasts enkel uit spraak bestaan, en auteursrechtenvrije muziek draaien, waardoor ze geen rechten moeten betalen aan SABAM. Onafhankelijke internetradio's hebben meestal slechts een bescheiden aantal luisteraars, typisch 5 à 50 simultane luisteraars op een gegeven ogenblik, met uitzonderlijke pieken van enkele honderden. Simulcasting-streams en streams van grote mediabedrijven halen enkele duizenden tot tienduizenden simultane luisteraars.
DE WETGEVING LOOPT ACHTER OP DE TECHNISCHE EVOLUTIE
Bij peer-to-peer toepassingen is de "plaats waar de server zich bevindt" een inhoudsloos begrip. Ook begrippen als "de studio" of "de plaats van productie" zijn achterhaald. Verschillende onderdelen van een programma kunnen door verschillende medewerkers bij hen thuis geproduceerd worden, geupload worden naar één of meer servers, waarna een eindredacteur die zich op een andere plaats bevindt de volgorde bepaalt en het geheel van bindteksten voorziet. De eigenlijke verspreiding kan dan nog via "edge caching" diensten verlopen hetgeen een exacte localisatie nog moeilijker maakt.
Ook begrippen als "audio", "radio", "video" of "televisie" worden vager. Wie vandaag via het digitale platform van Telenet naar Radio Donna luistert, ziet een logo van Donna in beeld. Niets belet de VRT om daar in de toekomst meta-informatie over de gedraaide muziek aan toe te voegen of foto's van de artiesten. Hebben we dan nog met radio te maken, of met een vorm van televisie? En tenslotte maken ontwikkelingen zoals P2P het ook makkelijker om anonieme omroeptoepassingen op te zetten.
DE HUIDIGE MEDIAWETGEVING
De huidige Vlaamse mediawetgeving rond internetradio en podcasting wordt gekenmerkt door een aantal verplichtingen en verbodsbepalingen. Er is geen vergunnings- of erkenningsvereiste, maar wel een aangifteplicht. De initiatiefnemer moet per aangetekend schrijven aan de Vlaamse Regulator voor de Media zijn radio- of televisiedienst aanmelden. Structureel moet het initiatief de vorm aannemen van een rechtspersoon, in de praktijk meestal een vennootschap of een VZW. Het maatschappelijk doel van deze rechtspersoon moet in hoofdzaak bestaan uit het verzorgen van radio- en televisiediensten, hetgeen betekent dat een bestaand vennootschap of vereniging met een bestaande werking er niet zomaar een internetradio of een podcast mag bijnemen. Tenslotte legt het decreet een aantal onverenigbaarheden op: één rechtspersoon mag slechts één enkele radio- of televisiedienst exploiteren, een individu mag slechts in één enkele rechtspersoon die een radio- of televisiedienst exploiteert een bestuursmandaat uitoefenen, en er bestaat ook een onverenigbaarheid tussen een dergelijk bestuursmandaat en een politiek mandaat. Deze onverenigbaarheden zijn veel strenger dan wat momenteel bijvoorbeeld aan lokale radio's wordt opgelegd.
PROBLEEM: ONDUIDELIJKE DEFINITIE
De wetgeving rond internetradio en podcasting wordt gekenmerkt door een onduidelijke definitie. Alles draait rond de definitie van "radiodiensten" en "televisiediensten", waarbij het niet duidelijk is of er ook vormen van geluids- en beeldsverspreiding via internet kunnen bestaan die niet als radiodiensten of televisiediensten worden beschouwd. De Vlaamse Regulator voor de Media heeft in zijn vonnis in de zaak-Verstrepen gesteld dat er duidelijk sprake moet zijn van een "programma" met een eigen naam, en dat er een redactionele inbreng moet zijn. Een blogger die blogteksten voorleest en deze in geluidsvorm via internet verspreidt, valt volgens de VRM niet onder de wetgeving rond "radiodiensten". Premier Verhofstadt die opnames van zijn wekelijkse persconferentie als podcast verspreidt, levert volgens dezelfde VRM geen radiodienst. En Carl Decaluwe heeft op 9 november jongstleden in deze commissie verklaard dat de videoblog "TV Respect" van de CD&V volgens eminente juristen geen televisiedienst is. Dit alles is mijns inziens voor diverse interpretatie en voor discussie vatbaar, gezien de vage bewoordingen van de decretale bepalingen.
PROBLEEM: CONTRADICTIE TUSSEN SABAM EN DE VLAAMSE MEDIAWETGEVING
SABAM heeft een tijd geleden een drempelverlagende formule voor kleine initiatieven voorgesteld. Wie maximaal 25 simultane streams verpreidt, geen reclame heeft en een louter persoonlijk initiatief runt, betaalt slechts de helft van het normale streaming-tarief. Het element "louter persoonlijk" is echter in tegenspraak met de vereiste in de Vlaamse mediawetgeving om een rechtspersoon op te richten.
PROBLEEM: BUREAUCRATISCHE DREMPELS ZORGEN VOOR ONTWIJKGEDRAG
De vereisten om een rechtspersoon op te richten leidt ertoe dat vele kleine initiatieven gewoon de decretale aangifteplicht aan hun laars lappen. Verschillende internetradio's hebben zich niet bij de VRM aangemeld, anderen hebben dit wel gedaan maar hebben uitdrukkelijk vermeld dat zij geen rechtspersoon hebben opgericht.
MIJN ADVIES
Als het Vlaams Parlement van plan is om de mediawetgeving te herzien, dan is het interessant om zich in verband met internetradio en podcasting eens de vraag te stellen: wat valt er hier te beschermen? In elk geval geen schaarse gemeenschapsgoederen zoals frequentiespectrum. Internet-bandbreedte is een louter commercieel goed dat in principe onbeperkt beschikbaar is indien men bereid is er de prijs voor te betalen. Wel valt er natuurlijk een publieke orde te beschermen, zoals het toezicht op de naleving van de bestaande wetgeving rond recht op antwoord, bescherming van de consument, auteursrechten enz. In die optiek kan het interessant zijn dat de overheid snel de identiteit van een initiatiefnemer kan achterhalen. In ieder geval dient de huidige onduidelijkheid rond "radiodiensten" en "televisiediensten" te worden weggewerkt en dient de rechtszekerheid te worden verhoogd. Als de meldingsplicht behouden wordt, maak er dan een gegeerd goed van en koppel er incentives aan, door bijvoorbeeld een lijst van bekende internetradio's en podcasts te publiceren op de website van de Vlaamse overheid. Het uitbreiden van het wettelijk gewaarborgde recht op vrije nieuwsgaring, dat momenteel beperkt is tot omroepen met een officiële erkenning, naar alle omroepinitiatieven, zou een incentive kunnen zijn om een spontane melding van internet-omroepinitiatieven te bevorderen. Indien bepaalde initiatieven niet onder de wetgeving vallen, vermeld dit dan duidelijk en ondubbelzinnig in de wetgeving. Tenslotte adviseer ik om alle onverenigbaarheden uit het decreet te schrappen, want dergelijke bepalingen leiden toch maar tot ontwijkgedrag met behulp van stromannen. Laat tenslotte de rechtspersoon-verplichting vallen, maar zorg ervoor dat er steeds een "verantwoordelijke uitgever" aan te wijzen valt. Tenslotte is de grondwettelijke bepaling over de "vrijheid van drukpers" ook gekoppeld aan een verantwoordelijke uitgever of, bij ontbreken daarvan, aan de drukker.


ivanhoe
Wel zielig hoe zelfs commissie's blijken leeg te zitten. Vaak wordt op lege parlementen verdedigend geantwoord: "ja maar, het echte werk gebeurt in de commissie's."
Als dan blijkt dat die commissie's zelf leegzitten...Ook al geloof ik dat de officiële verslagen weldegelijk gelezen worden, bijkomende vragen stellen wordt alvast moeilijker. Triestig.
Alhoewel deze manier van (niet-)werken het wel mogelijk maakt dat politici zelf nog een "echte" job hebben, mss klinkt dat positief voor de heren liberalen op deze blog?