Autoritair beleid leidt niet tot economische groei
Wat is beter voor economische groei: een sterk leidende hand die vrij is van de druk van politieke concurrentie, of een veelvoud van concurrerende belangen die openheid voor nieuwe ideeën en nieuwe politieke spelers bevordert?
Oost-Aziatische voorbeelden (Zuid-Korea, Taiwan, China) lijken het eerste te suggereren. Maar hoe kunnen we dan verklaren dat bijna alle rijke landen - met uitzondering van de landen die hun rijkdom enkel en alleen te danken hebben aan natuurlijke bronnen - democratisch zijn? Zou politieke openheid economische groei dan toch moeten voorafgaan, eerder dan erop te volgen?
Als we kijken naar systematisch historisch bewijsmateriaal in plaats van naar individuele gevallen merken we dat autoritair leiderschap weinig bijdraagt aan economische groei. Voor elk autoritair land dat erin geslaagd is in snel tempo te groeien, zijn er verschillende die de dieperik ingegaan zijn. Voor elke Lee Kuan Yew zijn er velen zoals Mobutu Sese Seko, voor elk Singapore heel wat landen zoals Congo.
Democratieën presteren niet alleen beter dan dictaturen als het gaat om economische groei op lange termijn, ze overtreffen hen ook in andere belangrijke opzichten. Ze zorgen voor veel grotere economische stabiliteit, gemeten aan de toppen en dalen van de conjunctuurcyclus. Ze passen zich beter aan aan externe economische schokken, zoals een slechtere verhouding tussen export- en importprijzen of een plotse stop in de kapitaaltoevoer. Ze zijn goed voor meer investeringen in menselijk kapitaal (gezondheid en onderwijs). En ze brengen rechtvaardiger maatschappijen voort. (...)
Wees niet verbaasd als Brazilië Turkije in het zand doet bijten, Zuid-Afrika uiteindelijk Rusland inhaalt en India China de loef afsteekt.
Prof. Dani Rodrik in een opiniestuk voor Project Syndicate, vertaald en gepubliceerd in De Tijd, 20 augustus 2010
Oost-Aziatische voorbeelden (Zuid-Korea, Taiwan, China) lijken het eerste te suggereren. Maar hoe kunnen we dan verklaren dat bijna alle rijke landen - met uitzondering van de landen die hun rijkdom enkel en alleen te danken hebben aan natuurlijke bronnen - democratisch zijn? Zou politieke openheid economische groei dan toch moeten voorafgaan, eerder dan erop te volgen?
Als we kijken naar systematisch historisch bewijsmateriaal in plaats van naar individuele gevallen merken we dat autoritair leiderschap weinig bijdraagt aan economische groei. Voor elk autoritair land dat erin geslaagd is in snel tempo te groeien, zijn er verschillende die de dieperik ingegaan zijn. Voor elke Lee Kuan Yew zijn er velen zoals Mobutu Sese Seko, voor elk Singapore heel wat landen zoals Congo.
Democratieën presteren niet alleen beter dan dictaturen als het gaat om economische groei op lange termijn, ze overtreffen hen ook in andere belangrijke opzichten. Ze zorgen voor veel grotere economische stabiliteit, gemeten aan de toppen en dalen van de conjunctuurcyclus. Ze passen zich beter aan aan externe economische schokken, zoals een slechtere verhouding tussen export- en importprijzen of een plotse stop in de kapitaaltoevoer. Ze zijn goed voor meer investeringen in menselijk kapitaal (gezondheid en onderwijs). En ze brengen rechtvaardiger maatschappijen voort. (...)
Wees niet verbaasd als Brazilië Turkije in het zand doet bijten, Zuid-Afrika uiteindelijk Rusland inhaalt en India China de loef afsteekt.
Prof. Dani Rodrik in een opiniestuk voor Project Syndicate, vertaald en gepubliceerd in De Tijd, 20 augustus 2010



Reacties
traveller
vrijdag, 20 augustus, 2010 - 11:05De beste lancering van een goed functionerende economie is door een autoritair regime.
Elke huidige goede, min of meer,vrije democratische, min of meer, economie is autoritair gestart.
België, Frankrijk, Engeland en de VS, als een paar voorbeelden, zijn gelanceerd door een elitaire groep die alle touwtjes in handen hadden.
De beste groei van een economie na een autoritaire start,is door de vrije markt in al zijn facetten.
Marc Huybrechts
vrijdag, 20 augustus, 2010 - 15:27De algemene stelling van Rodrik is zeker correct. Sommige van zijn meer specifieke voorspellingen zijn meer dubieus.
Bijvoorbeeld, het is onwaarschijnlijk dat Zuid Afrika Rusland gaat "inhalen". Het is precies de factor "cultuur" die gaat bepalen of "politieke concurrentie" gaat kunnen overleven (of verworven worden) in een specifiek land. Het is onwaarschijnlijk dat Rusland in de voorafzienbare toekomst echte politieke concurrentie gaat kennen, maar het is nog meer onwaarschijnlijk dat Zuid Afrika dat zou doen. Beide landen beschikken echter over talrijke natuurlijke grondstoffen die hun erbarmelijke politieke cultuur enigzins kunnen verdoezelen.
Rodrik maakt de correctie observatie, of kan de ogenschijnlijke correlatie zien. Maar, hij zou zich dieper moeten afvragen van waar die oberveerbare correlatie komt, of wat er achter steekt.
EricJans
maandag, 23 augustus, 2010 - 10:12Slecht nieuws voor de Chinezen.
Nieuwe reactie inzenden