Afgunstklimaat tegen Georgië
Alle volkeren in de Noord-Kaukasus hebben een anti-Georgische houding. Al heel lang. Tijdens de Sovjetunie was Georgië wat wat dissident Andrej Sacharov het Kleine Imperium noemde. In Georgië was altijd alles te krijgen: mandarijnen uit Abchazië, walnoten, dadels, goed vlees, sjasjlik, heerlijke wijn, uitstekende wodka en tsjatsja, de Georgische grappa stroomde bij beken. Het was er goed toeven. Dat was het beeld dat de hele Sovjetunie van Georgië had: het kleine paradijs. Georgië was de rijkste sovjetrepubliek. Dat zorgde voor flink wat jaloezie en venijn. (...)
Het leven in [de rest van] de Kaukasus is zeer hard. In de steden valt het al niet mee, maar in de dorpen is er gewoon niets. (...) Er is absoluut niets te doen, behalve zuipen. Er wordt enorm veel wodka geproduceerd en geconsumeerd. (...) In elk geval is wodka in de Kaukasus goedkoper dan water. De mensen hebben niets te doen, er is geen uitzicht, niets om in te geloven. Het communisme is weg, het kapitalisme is nog niet gearriveerd. Verbaast het dan dat mensen zich tot het nationalisme en het islamextremisme keren? (...)
Saakasjvili dicht zichzelf een wel heel heroïsche rol toe. Hij is de christenridder, de mythische strijder die het westen beschermt tegen de barbaren uit het oosten. Dat zegt hij zelf ook, hé: "Dit zijn de Mongolen die ons overspoelen!" (...) De afgelopen jaren is het militaire budget in Georgië geëxplodeerd: maal veertig.
Conflictwetenschapper Salvatore Di Rosa, geïnterviewd door Raf Sauviller in Humo, 19 augustus 2008



Reacties
EricJans
dinsdag, 19 augustus, 2008 - 15:00Omerkelijk eigenaardige analyse. Maakt een rare indruk. Georgië heeft problemen met afgunst van anderen enerzijds, landvlucht van hoger opgeleide Russen ook en tegelijk heeft het land last van verwijten van 'racisme'. Het land sputtert economisch - lees je overal - maar het is wél kennelijk het land bij uitstek om jaloers op te zijn?
Dat klinkt naar een landje vol vlijtige Georgiërs die niet graag hun winsten politiek moeten afstaan en liefst op eigen pootjes willen staan.
Liefst niet teveel staatsinmenging en een 'samenhang' uit identiteit.
Georgië lijkt wel een soort Vlaanderen aan de Zwarte Zee... weze het in wat andere politieke omstandigheden.
Maar hier de vergelijking: een bevolking met veel economische wilskracht maar politiek onvrij en voortdurend bedreigd door meeëters.
Oei... was ik racistisch?
Michel Vuijlsteke
woensdag, 20 augustus, 2008 - 17:30Nee, je was een deuntje aan het spelen dat al saai was toen we het nog maar voor de honderdtwintigste keer gehoord hadden.
Zucht.