Naar een efficiëntere overheid?

Professor Herman Matthijs
De belastingdruk in België behoort tot de hoogste ter wereld. Toch leven er meer mensen onder de armoedegrens dan in onze buurlanden, en ook de Belgische pensioenen behoren tot de laagste van Europa. De enige uitweg uit deze situatie is een slankere, efficiëntere overheid. Denktank Liberales had donderdagavond professor Herman Matthijs (VUB) uitgenodigd, die gespecialiseerd is in overheidsadministratie en openbare financiën. Ik vat zijn opmerkelijkste uitspraken samen.
Een vermindering van het aantal ambtenaren kan op verschillende manieren bereikt worden. Men kan ervoor kiezen om ambtenaren die op pensioen gaan niet te vervangen, waarbij het dan de vraag is of het takenpakket nog naar behoren kan worden ingevuld. Overheidstaken kunnen uitbesteed worden aan de privé-sector, wat men "outsourcing" noemt. Het gebeurt tegenwoordig vaak bij lokale besturen in Nederland, terwijl Vlaanderen eerder de weg van "insourcing" kiest. Matthijs is niet te vinden voor outsourcing of privatisering: hij ziet een essentieel conflict tussen de taak van de overheid, namelijk het algemeen belang dienen, en de doelstellingen van de privé-sector, namelijk winst maken. In ons land bestaat er wel een grijze zone waarin beide werelden elkaar overlappen. Vooral in de sociale sector werken veel privé-organisaties met overheidsgeld.
Een belangrijk middel om tot meer overheidsefficiëntie te komen, is een drastische vereenvoudiging van de regelgeving. De belastingswetgeving zou bijvoorbeeld zeer sterk vereenvoudigd kunnen worden door een vlaktaks, en een afschaffing van alle mogelijke aftrekposten en uitzonderingsmaatregelen. Hierover is professor Matthijs echter zeer pessimistisch: dat geraakt nooit door het parlement! De consultingbureaus, de belastingadviseurs en de advocaten zien een vereenvoudiging van de wetgeving absoluut niet zitten. En vermits het parlement vol advocaten zit, geeft Matthijs een dergelijke maatregel geen enkele kans. Als het wel zou lukken, wat hij dus blijkbaar niet gelooft, dan "kan het departement financiën afslanken van 30.000 naar 15.000 ambtenaren". Het afschaffen van de kinderbijslag en de daarmee gepaard gaande administratie zou volgens Matthijs duizenden ambtenaren overbodig kunnen maken. De kinderbijslag zou dan vervangen kunnen worden door een belastingaftrek.
Vooral de gemeenten en de federale overheid zouden volgens Matthijs moeten afslanken. De federale overheidsfinanciën staan er niet goed voor. Dat ligt onder meer aan de pensioenlasten, die door de vergrijzing alleen maar zullen verhogen. Ook de vaste financiering van de sociale zekerheid, de staatsschuld van 290 miljard euro, en de financieringswet uit 1980 die Vlaanderen zeer royaal bedeelt ten nadele van het federale niveau. Professor Matthijs is geen voorstander van de afschaffing van de ministeriële kabinetten. Omdat de ambtenarij gepolitiseerd is, heeft een minister een ploeg medewerkers nodig die hij kan vertrouwen en die denken zoals hij. In Nederland zijn ministeriële kabinetten overbodig omdat de ambtenarij daar veel minder gepolitiseerd is en er een echte traditie van "civil servants" bestaat. Een mogelijk alternatief voor de kabinetten is het Amerikaanse spoils-systeem, waarbij de president bij zijn aantreden zo'n 3500 topfuncties in de administratie zelf kan benoemen indien hij meent dat de zetelende topambtenaren niet op dezelfde golflengte zitten als hij.
Herman Matthijs besprak tenslotte de drastische reorganisatie van de Finse overheid. Er werden slechts twee bestuursniveau's behouden: het nationale en het lokale niveau. De provincies bleven behouden maar hun bestuurlijke bevoegdheden werden hen afgenomen. Op het nationale niveau is de sanering geslaagd, maar op het lokale niveau heeft ze geleid tot een ontsporing van de uitgaven. Hij besprak ook de Duitse situatie, waar de sociale zekerheid een taak is van de gemeenten.
Al bij al bracht professor Matthijs een interessante uiteenzetting, maar zijn pessimisme en zijn berusting over de Belgische situatie werkten wel enigszins deprimerend. Hij stelde een diagnose en stelde oplossingen voor, maar hij voegde er meteen aan toe dat die oplossingen politiek onhaalbaar zijn. "Ik heb nog nooit geweten dat er in dit land een bestuursniveau werd afgeschaft", aldus Matthijs. Van enig optimisme of voluntarisme terzake leek bij de professor geen sprake. Van andere mogelijke oplossingen zoals privatisering en outsourcing was hij dan weer geen voorstander. Het waren uiteindelijk mensen uit het publiek die de privatisering en de omvorming van het handelsregister tot ondernemersloketten moesten aandragen als een geslaagd voorbeeld van outsourcing.
Toch is het pessimisme van de professor verantwoord, als we zien dat geen enkele politieke partij méér dan lippendienst bewijst aan het principe van een slankere doch efficiëntere overheid. Enkel de werkgeversorganisaties VBO en Voka blijven systematisch hameren op het belang van overheidssaneringen.



Dixit
Helaas is dat alles natuurlijk wishful sinking. Zo hebben wij nu 2 problemen: niet alleen kosten al die bestuurslagen heel erg veel geld, maar ze bestrijden liever elkaar, dan dat ze de noden van de mensen oplossen.