Dirk Verhofstadt tegen neoliberalen en libertariërs
[...] Sinds het begin van de jaren tachtig pleit men in de VS voor minder staat en overheidsinterventie. Onder impuls van liberale denkers als Friedich Hayek, Murray Rothbard en Robert Nozick won het neoliberalisme veld. De overheid moeide zich veel te veel met de individuele burger en had een te grote, zeg maar verstikkende, impact op het maatschappelijke en economische leven. Onder Reagan en Thatcher werd toen een politiek van deregulering en privatisering doorgevoerd, een noodzakelijk antwoord op het Keynesiaanse denken. Noodzakelijk omdat de overheid zich te veel taken had toegeëigend en de uitgaven en schulden schrikbarend stegen.
Die neoliberale politiek had aanvankelijk succes en door de val van de Berlijnse Muur in 1989 kreeg het zelfs een odeur van wetenschappelijkheid. Het zette Francis Fukuyama ertoe aan om zijn geruchtmakende boek Het einde van de geschiedenis te schrijven waarin hij stelde dat de vrije markt en het liberalisme definitief overwonnen hadden. Het leidde tot zelfgenoegzaamheid bij de adepten voor een absolute vrije markt die zich neoliberalen of libertariërs noemden. Het leidde tot marktfundamentalisme waarbij men - in weerwil van Poppers waarschuwing om geen dogma's te aanvaarden - de vrije markt als alleenzaligmakend proclameerde.
Liberalen hebben die zelfgenoegzaamheid steeds ongepast gevonden omdat ze beseffen dat naast vrijheid ook rechtvaardigheid nodig is voor een betere samenleving. De blinde adoratie voor de vrije markt heeft hen steeds gestoord, want absolute vrijheid brengt vaak negatieve effecten mee voor medemensen en de ganse samenleving. Liberalen weigeren zich blindelings over te laten aan een losgeslagen kapitalisme omdat ze beseffen dat zelfzucht en geld vaak slechte raadgevers zijn en de samenleving, maar ook de vrijheid van heel wat medemensen, kwaad kunnen doen.
Neoliberalen en libertariërs zien de staat als de vijand. Ze blijven blind voor de ideeën van liberale denkers als een Amartya Sen, Fernando Savater, Hernando de Soto en Martha Nussbaum, die elk op hun manier hebben aangetoond dat een goed georganiseerde staat, met degelijk onderwijs, een efficiënte sociale zekerheid, een moderne infrastructuur en een performant rechtssysteem noodzakelijk zijn om mensen juist in staat te stellen een volwaardig leven te kunnen leiden.
De notie absolute vrijheid is vals. Het is alsof men je te midden van de woestijn zou zetten en zeggen 'je bent vrij'. Daar sta je dan zonder enige bescherming, zonder water, zonder kompas. Zieken, ouderen en gehandicapten hebben middelen nodig om hun vrijheid effectief te kunnen invullen. Kinderen hebben nood aan degelijk onderwijs, zodat ze later op eigen kracht zelf hun levenslot kunnen invullen. Mensen moeten kunnen rekenen op een adequaat rechtssysteem, niet alleen voor de bescherming van hun eigendom en hun persoonlijke vrijheid, maar ook voor de bescherming van hun menselijke waardigheid. Een efficiënte staat is nodig om het recht op zelfbeschikking van mensen met weinig of geen 'fundamentele vermogens' te maximaliseren.
In de praktijk gaapt er een diepe kloof tussen het liberalisme en het libertarisme. Libertariërs verengen het liberale rechtvaardigheidsprincipe tot rechtmatigheid. Ze gaan ervan uit dat de overheid op geen enkele manier het eigendomsrecht en de contractvrijheid tussen personen mag aantasten. Ze pleiten voor een minimale staat die zich enkel bezighoudt met het beschermen van eigendomsrechten en optreden tegen geweld. In geen enkel geval aanvaarden ze herverdelingsbevoegdheden van de staat. Herverdeling is een vorm van diefstal, aldus Nozick. Hongerigen, daklozen en kansarmen hebben volgens hem wel rechten, maar ze hebben geen recht op wat niet van hen is. Eventueel kunnen burgers wat geven aan hen die niets hebben, maar verplicht is dat niet en een taak van de staat is dat al evenmin. Dat leidt tot egoïsme, paternalisme en de uitbuiting van medemens en natuur. Dat staat haaks op de sociale en humane waarden van het liberalisme.
In de concrete toepassing van hun dogmatische principes rijden de libertariërs zich snel vast in een utopisch denkpatroon. Belastingen mogen volgens hen niet, maar hoe komen we dan aan rechtbanken, scholen, ziekenhuizen, weginfrastructuur, politiediensten, vuilnisomhaling, brandweerdiensten en gevangenissen? Libertariërs lossen dat op door de betaling van die diensten te koppelen aan het gebruik ervan. De financiering ervan hangt dus af van de vrijwilligheid van de mogelijke gebruikers. Een volledige privatisering dus waarbij de markt zorgt voor een systeem van vraag en aanbod tussen gebruikers en diensten en waarmee de staat zich niet moet moeien.
Daarbij willen libertariërs dat alle vrijwillige transacties tussen mensen toegestaan worden, ook die van drugs en wapens. Vrije contracten moeten zonder beperkingen zoals een minimumloon, veiligheidsnormen en ethische plichten kunnen worden afgesloten. Werkgevers mogen discrimineren en aanwerven op basis van ras, huidskleur, geslacht, levensovertuiging of seksuele voorkeur. Elke prijsregulering en controle, ook op levensnoodzakelijke geneesmiddelen en voedingsproducten, vervalt.
De traditionele taken van de overheid moeten overgeheveld worden naar de markt, aldus Murray Rothbard. Een dergelijke overheveling zou de grootste welvaart en efficiëntie voortbrengen, betoogt David Friedman. Hun ideeën liggen mee aan de basis van de grootscheepse privatiseringsgolven van de jaren tachtig en negentig. Het leidde in de VS tot de ontmanteling van publieke voorzieningen zoals onderwijs, gezondheidszorgen en infrastructuur.
Liberalen zijn het daar niet mee eens. Een zwakke staat kan net zo gevaarlijk zijn voor een open samenleving als een autoritaire staat. Het recht kan en mag niet verengd worden tot individuele vrijheid en bezit. Er bestaat ook een plicht tegenover elke medemens. Tal van mensen die vanwege ziekte, ouderdom of ongeluk problemen hebben, mogen niet overgeleverd worden aan de 'goodwill' van anderen. Zij moeten structureel geholpen worden via een systeem van herverdeling. Alleen zo kunnen we een zo groot mogelijk aantal mensen in staat stellen om zelf hun levenslot te bepalen. Volgens Kant zit in het begrip vrijheid een opdracht verborgen: Du kannst, denn Du sollst. In tegenstelling tot libertariërs beseffen liberalen dat we anderen in nood moeten helpen, ook diegenen die niet tot onze samenleving behoren. En dat niet alleen via liefdadigheid maar structureel, via een efficiënte staat. Het lijkt theoretisch, maar de orkaan Katrina maakt zoveel duidelijk.
De Amerikaanse overheid was lang op voorhand op de hoogte van de aankomende ramp. Reeds op 25 augustus - vier dagen voor de ramp - waren de autoriteiten door wetenschappers verwittigd over de te verwachten gevolgen van de orkaan. Niemand reageerde. De federale regering rekende op het zelfvermogend karakter van de burgers om de orkaan te doorstaan. Ze vond het niet nodig om extra dokters, verplegers, politiemensen, brandweerlui, buschauffeurs of technici te sturen. Zelfs de dramatische oproep van de burgemeester om de stad te verlaten en dat "onze ergste vrees bewaarheid kan worden" bleef door de federale regering ongehoord. Toen Katrina op 29 augustus toesloeg, was in feite niemand voorbereid.
President Bush bleef nog enkele dagen op zijn vakantieoord en trok pas op 2 september naar het rampgebied. Intussen schreeuwden tienduizenden slachtoffers om hulp. Waar bleven de National Guard, de politiemensen, de brandweerlui, de geneesheren, de bussen en de helikopters? Wat we via de beelden te zien kregen was een onmachtige staat die zijn burgers in de kou liet staan. Schrijnende taferelen die maar één classificatie verdienen: onmenselijk!
Katrina demonstreerde in één oorverdovende klap het gebrek aan staat in de Verenigde Staten. De soldaten waren niet beschikbaar omdat ze actief waren in Irak. Het geld dat bestemd was voor de versterking van de dijken was opgesoupeerd voor terrorismebestrijding. De ziekenhuizen beschikten nauwelijks over de nodige medicijnen. De opvang van de duizenden achtergebleven arme inwoners die alleen terechtkonden in de 'veilige' Superdome bleek ronduit amateuristisch. Er was een gebrek aan water, voedsel en sanitaire voorzieningen.
Het leek wel of José Saramago's boek De stad der blinden realiteit werd: de mensen waren er aan hun lot overgelaten en volgens getuigenissen heerste er een sfeer van geweld, met vuurgevechten en verkrachtingen tot gevolg. Tienduizenden vluchtelingen, onder wie moeders met baby's, kinderen, senioren en zieken, wachtten dagenlang in open lucht op bussen die hen uit het rampgebied zouden halen.
Het gebrek aan staat werd nog het ergst duidelijk door de totale anarchie in de verlaten stad, waar plunderingen schering en inslag waren. De mensen in New Orleans en daarbuiten voelden zich gewoon in de steek gelaten door de overheid.
Niemand mag leedvermaak hebben bij dit vreselijke drama en de ganse wereldgemeenschap moet nu hulp bieden. Bush belooft een onderzoek naar wat is misgelopen maar Bill Clinton zei het eigenlijk al: "Onze regering is tegenover de bevolking zwaar tekortgeschoten." Het is een understatement. Het gaat hier niet om toevallige menselijke tekortkomingen, maar om een fundamenteel probleem: een staat die zichzelf zo ontmanteld heeft dat hij niet bij machte is om de meest essentiële hulp te verlenen aan haar eigen inwoners.
Dirk Verhofstadt in De Morgen van 12 september 2005
Die neoliberale politiek had aanvankelijk succes en door de val van de Berlijnse Muur in 1989 kreeg het zelfs een odeur van wetenschappelijkheid. Het zette Francis Fukuyama ertoe aan om zijn geruchtmakende boek Het einde van de geschiedenis te schrijven waarin hij stelde dat de vrije markt en het liberalisme definitief overwonnen hadden. Het leidde tot zelfgenoegzaamheid bij de adepten voor een absolute vrije markt die zich neoliberalen of libertariërs noemden. Het leidde tot marktfundamentalisme waarbij men - in weerwil van Poppers waarschuwing om geen dogma's te aanvaarden - de vrije markt als alleenzaligmakend proclameerde.
Liberalen hebben die zelfgenoegzaamheid steeds ongepast gevonden omdat ze beseffen dat naast vrijheid ook rechtvaardigheid nodig is voor een betere samenleving. De blinde adoratie voor de vrije markt heeft hen steeds gestoord, want absolute vrijheid brengt vaak negatieve effecten mee voor medemensen en de ganse samenleving. Liberalen weigeren zich blindelings over te laten aan een losgeslagen kapitalisme omdat ze beseffen dat zelfzucht en geld vaak slechte raadgevers zijn en de samenleving, maar ook de vrijheid van heel wat medemensen, kwaad kunnen doen.
Neoliberalen en libertariërs zien de staat als de vijand. Ze blijven blind voor de ideeën van liberale denkers als een Amartya Sen, Fernando Savater, Hernando de Soto en Martha Nussbaum, die elk op hun manier hebben aangetoond dat een goed georganiseerde staat, met degelijk onderwijs, een efficiënte sociale zekerheid, een moderne infrastructuur en een performant rechtssysteem noodzakelijk zijn om mensen juist in staat te stellen een volwaardig leven te kunnen leiden.
De notie absolute vrijheid is vals. Het is alsof men je te midden van de woestijn zou zetten en zeggen 'je bent vrij'. Daar sta je dan zonder enige bescherming, zonder water, zonder kompas. Zieken, ouderen en gehandicapten hebben middelen nodig om hun vrijheid effectief te kunnen invullen. Kinderen hebben nood aan degelijk onderwijs, zodat ze later op eigen kracht zelf hun levenslot kunnen invullen. Mensen moeten kunnen rekenen op een adequaat rechtssysteem, niet alleen voor de bescherming van hun eigendom en hun persoonlijke vrijheid, maar ook voor de bescherming van hun menselijke waardigheid. Een efficiënte staat is nodig om het recht op zelfbeschikking van mensen met weinig of geen 'fundamentele vermogens' te maximaliseren.
In de praktijk gaapt er een diepe kloof tussen het liberalisme en het libertarisme. Libertariërs verengen het liberale rechtvaardigheidsprincipe tot rechtmatigheid. Ze gaan ervan uit dat de overheid op geen enkele manier het eigendomsrecht en de contractvrijheid tussen personen mag aantasten. Ze pleiten voor een minimale staat die zich enkel bezighoudt met het beschermen van eigendomsrechten en optreden tegen geweld. In geen enkel geval aanvaarden ze herverdelingsbevoegdheden van de staat. Herverdeling is een vorm van diefstal, aldus Nozick. Hongerigen, daklozen en kansarmen hebben volgens hem wel rechten, maar ze hebben geen recht op wat niet van hen is. Eventueel kunnen burgers wat geven aan hen die niets hebben, maar verplicht is dat niet en een taak van de staat is dat al evenmin. Dat leidt tot egoïsme, paternalisme en de uitbuiting van medemens en natuur. Dat staat haaks op de sociale en humane waarden van het liberalisme.
In de concrete toepassing van hun dogmatische principes rijden de libertariërs zich snel vast in een utopisch denkpatroon. Belastingen mogen volgens hen niet, maar hoe komen we dan aan rechtbanken, scholen, ziekenhuizen, weginfrastructuur, politiediensten, vuilnisomhaling, brandweerdiensten en gevangenissen? Libertariërs lossen dat op door de betaling van die diensten te koppelen aan het gebruik ervan. De financiering ervan hangt dus af van de vrijwilligheid van de mogelijke gebruikers. Een volledige privatisering dus waarbij de markt zorgt voor een systeem van vraag en aanbod tussen gebruikers en diensten en waarmee de staat zich niet moet moeien.
Daarbij willen libertariërs dat alle vrijwillige transacties tussen mensen toegestaan worden, ook die van drugs en wapens. Vrije contracten moeten zonder beperkingen zoals een minimumloon, veiligheidsnormen en ethische plichten kunnen worden afgesloten. Werkgevers mogen discrimineren en aanwerven op basis van ras, huidskleur, geslacht, levensovertuiging of seksuele voorkeur. Elke prijsregulering en controle, ook op levensnoodzakelijke geneesmiddelen en voedingsproducten, vervalt.
De traditionele taken van de overheid moeten overgeheveld worden naar de markt, aldus Murray Rothbard. Een dergelijke overheveling zou de grootste welvaart en efficiëntie voortbrengen, betoogt David Friedman. Hun ideeën liggen mee aan de basis van de grootscheepse privatiseringsgolven van de jaren tachtig en negentig. Het leidde in de VS tot de ontmanteling van publieke voorzieningen zoals onderwijs, gezondheidszorgen en infrastructuur.
Liberalen zijn het daar niet mee eens. Een zwakke staat kan net zo gevaarlijk zijn voor een open samenleving als een autoritaire staat. Het recht kan en mag niet verengd worden tot individuele vrijheid en bezit. Er bestaat ook een plicht tegenover elke medemens. Tal van mensen die vanwege ziekte, ouderdom of ongeluk problemen hebben, mogen niet overgeleverd worden aan de 'goodwill' van anderen. Zij moeten structureel geholpen worden via een systeem van herverdeling. Alleen zo kunnen we een zo groot mogelijk aantal mensen in staat stellen om zelf hun levenslot te bepalen. Volgens Kant zit in het begrip vrijheid een opdracht verborgen: Du kannst, denn Du sollst. In tegenstelling tot libertariërs beseffen liberalen dat we anderen in nood moeten helpen, ook diegenen die niet tot onze samenleving behoren. En dat niet alleen via liefdadigheid maar structureel, via een efficiënte staat. Het lijkt theoretisch, maar de orkaan Katrina maakt zoveel duidelijk.
De Amerikaanse overheid was lang op voorhand op de hoogte van de aankomende ramp. Reeds op 25 augustus - vier dagen voor de ramp - waren de autoriteiten door wetenschappers verwittigd over de te verwachten gevolgen van de orkaan. Niemand reageerde. De federale regering rekende op het zelfvermogend karakter van de burgers om de orkaan te doorstaan. Ze vond het niet nodig om extra dokters, verplegers, politiemensen, brandweerlui, buschauffeurs of technici te sturen. Zelfs de dramatische oproep van de burgemeester om de stad te verlaten en dat "onze ergste vrees bewaarheid kan worden" bleef door de federale regering ongehoord. Toen Katrina op 29 augustus toesloeg, was in feite niemand voorbereid.
President Bush bleef nog enkele dagen op zijn vakantieoord en trok pas op 2 september naar het rampgebied. Intussen schreeuwden tienduizenden slachtoffers om hulp. Waar bleven de National Guard, de politiemensen, de brandweerlui, de geneesheren, de bussen en de helikopters? Wat we via de beelden te zien kregen was een onmachtige staat die zijn burgers in de kou liet staan. Schrijnende taferelen die maar één classificatie verdienen: onmenselijk!
Katrina demonstreerde in één oorverdovende klap het gebrek aan staat in de Verenigde Staten. De soldaten waren niet beschikbaar omdat ze actief waren in Irak. Het geld dat bestemd was voor de versterking van de dijken was opgesoupeerd voor terrorismebestrijding. De ziekenhuizen beschikten nauwelijks over de nodige medicijnen. De opvang van de duizenden achtergebleven arme inwoners die alleen terechtkonden in de 'veilige' Superdome bleek ronduit amateuristisch. Er was een gebrek aan water, voedsel en sanitaire voorzieningen.
Het leek wel of José Saramago's boek De stad der blinden realiteit werd: de mensen waren er aan hun lot overgelaten en volgens getuigenissen heerste er een sfeer van geweld, met vuurgevechten en verkrachtingen tot gevolg. Tienduizenden vluchtelingen, onder wie moeders met baby's, kinderen, senioren en zieken, wachtten dagenlang in open lucht op bussen die hen uit het rampgebied zouden halen.
Het gebrek aan staat werd nog het ergst duidelijk door de totale anarchie in de verlaten stad, waar plunderingen schering en inslag waren. De mensen in New Orleans en daarbuiten voelden zich gewoon in de steek gelaten door de overheid.
Niemand mag leedvermaak hebben bij dit vreselijke drama en de ganse wereldgemeenschap moet nu hulp bieden. Bush belooft een onderzoek naar wat is misgelopen maar Bill Clinton zei het eigenlijk al: "Onze regering is tegenover de bevolking zwaar tekortgeschoten." Het is een understatement. Het gaat hier niet om toevallige menselijke tekortkomingen, maar om een fundamenteel probleem: een staat die zichzelf zo ontmanteld heeft dat hij niet bij machte is om de meest essentiële hulp te verlenen aan haar eigen inwoners.
Dirk Verhofstadt in De Morgen van 12 september 2005



Pieter Cleppe - www.cleppe.blogspot.com
"Libertarian" of "classical liberal" betekent dus hetzelfde als "liberaal", wat niet wegneemt dat men in meer of mindere mate liberaal kan zijn.
Dirk Verhofstadt houdt dus voornamelijk een aanklacht tegen een te liberaal beleid. Maar het beleid van Bush als te liberaal beschouwen, is kras. Bush gaf nog meer geld uit dan Lyndon B. Johnson, de opvolger van JFK. Tot Bush junior waren de uitgaven van de Amerikaanse regering nooit zo hoog als onder LBJ, die bovendien duizenden jonge Amerikanen de dood injoeg in Vietnam. Bush doet dus nog slechter dan LBJ. Hij staat dan ook voor "big government conservatism".
Wat betreft Katrina, is dit inderdaad een duidelijk voorbeeld van overheidsfalen. De conclusie mag dan toch niet nog meer overheid zijn?
Dat er een zekere organisatie nodig is om natuurrampen te vermijden door bijvoorbeeld te verhinderen dat op gevaarlijke plaatsen wordt gebouwd, is nogal duidelijk. In casu heeft de staat deze taak niet goed vervuld.
Het moet dan ook niet uitgesloten worden om erover na te denken of een bedrijf deze taak niet beter zou vervullen dan politici die enkel tot de eerstvolgende verkiezing vooruit denken.
Johan Norberg schrijft dat de beslissing van de staat in de jaren '60 om te verzekeren tegen overstromingen de oorzaak ervan zijn dat mensen huizen in moerasland begonnen te bouwen:
http://www.johannorberg.net...