Moeten ministers verkozen zijn?

Sta me toe het oneens te zijn met deze stelling. De grondwet bepaalt dat België bestuurd wordt door drie gescheiden machten: de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke. Verkiezingen gaan enkel over de vraag wie de wetgevende macht moet vormen. Niemand protesteert tegen het feit dat rechters niet verkozen zijn. Maar historisch is het wel zo gegroeid dat de ministers, die samen met de koning de uitvoerende macht vormen, gerecruteerd worden uit de parlementsleden. Naast het doorkruisen van de scheiding der machten heeft deze praktijk, in combinatie met het cumulatieverbod, nog een aantal andere perverse nadelen. De 'sterkste' verkozenen ontvluchten het parlement om in de regering te gaan zetelen. Vanuit die uitvoerende macht produceren ze wetsontwerpen die dan door het parlement gejaagd worden, dat herleidt wordt tot een stemmachine in plaats van een broeikas voor creatieve wetsvoorstellen te zijn. Dat de macht van het parlement tanend is, zou dus wel eens veroorzaakt kunnen zijn door een te nauwe band tussen parlement en regering, en doordat men het parlement als exclusieve recruteringsbasis voor de regering gebruikt. De wetgevende macht vertegenwoordigt het volk, de uitvoerende macht zou op basis van bekwaamheid moeten samengesteld worden. Het parlement moet namens het volk de regering controleren en zo nodig ter verantwoording roepen.
De christendemocraten zijn de enige partij die af en toe een niet-verkozene tot minister benoemen. De precedenten tot nu toe kunnen niet bepaald een succes genoemd worden. Robert Vandeputte (1981, financiën) en Mieke Offeciers (1992, begroting) hielden het respectievelijk zes maanden en anderhalf jaar vol, waarna ze gedegouteerd de regering én de politiek verlieten. Dat een kopman van Unizo, de unie van zelfstandige ondernemers, minister wordt, wekt hoop voor de totstandkoming van een ondernemingsvriendelijk klimaat. Toch is Unizo geen onverdeeld voorstander van vrijheid, vrijhandel en vrije markt. De organisatie heeft wat corporatistische, protectionistische en interventionistische trekjes. De weerstand van Unizo tegen de Ikea-wet en tegen vrije openingstijden voor winkels is daar een voorbeeld van. Unizo moedigt ondernemen aan, maar ondernemers die te groot of te succesvol geworden zijn, moeten volgens Unizo door de staat ingetoomd worden.



Reacties
bernard
zondag, 25 juli, 2004 - 21:31Stel je voor : C.P. zal ultiem afgerekend worden als milieuminister.
Siegfried Bruckmann
maandag, 26 juli, 2004 - 03:07Het is niet omdat de grondwet het inderdaad toelaat dat het daarom erg democratisch kan genoemd worden. Is het dan zo abnormaal dat er democraten zijn die opkomen dat de functie van minister, toch niet bepaald een onbelangrijke openbare functie, wordt bekleed door diegenen die verkozen zijn bij verkiezingen? Er is toch al een flinke stap vooruit gemaakt dat ministers niet langer deel uitmaken van de assemblee wanneer ze hun mandaat opnemen. Onze grondwet stipuleert ook dat er een staatshoofd is die aangeduid wordt door erfopvolging, is dit ook democratisch? Het is zelfs in strijd met artikels 2 en 21 van de UVRM.
De opgesomde 'perverse nadelen' zijn zeker terecht, maar aan de andere kant huiver ik voor een stelletje onverkozen technocraten in de regering die niet rechtstreeks rekening moeten houden met de kiezers.
Herman Boel
dinsdag, 27 juli, 2004 - 16:06Luc,
Volgens de theorie klopt jouw uitleg als een bus. De praktijk is jammer genoeg anders.
Immers, het parlement zal nooit de technocraten, die het nota bene zelf heeft aangesteld, ter verantwoording roepen.
Voorts zie ik ook niet in hoe de burger zijn (on)tevredenheid kan tonen tegenover die technocratische ministers.
Hoe stel je overigens voor dat de uitvoerende macht wordt samengesteld? Niet door het parlement, want dan is die binding waarover jij spreekt te groot.
Door de burger dan? Dat betekent verkiezingen, maar die hadden we al.
'n Interessante discussie die ons mogelijk leidt tot de kern van onze samenlevingsstructuren...